ZEEBRIEF#131 10 maart 2016 CORTE REAL, foto: collectie F

January 15, 2018 | Author: Anonymous | Category: N/A
Share Embed


Short Description

Download ZEEBRIEF#131 10 maart 2016 CORTE REAL, foto: collectie F...

Description

ZEEBRIEF#131

10 maart 2016

CORTE REAL, foto: collectie F. Schov. 8-2-1922 te water gelaten bij A. Vuyk & Zonen, Capelle aan den IJssel (461). EEN HUMAAN PATROON! - Men schrijft ons uit Capelle aan den IJssel: Een 8-tal arbeiders, werkzaam aan werf 1 der firma A. Vuijk en Zn. alhier, hadden voor het te water laten van het aan genoemde werf gebouwde s.s. Peursum een 60 tal boekstaven weggedragen benevens een aantal zware steigerjukken en een aantal planken. Blijkbaar aangevuurd door zijn jongen patroon, den heer A. Vuijk Wzn., maakte de fabrieksbaas aanmerking, dat het werk niet vlug genoeg ging. Toen de menschen zich tegenover bun baas verdedigden, begon de jonge heer V., welke daarbij tegenwoordig was, op zoodanige wijze tegen de menschen uit te varen en hen allerlei scheldwoorden toevoegde, die alle perken te buiten gingen en zeker van een christelijk opgevoed jongmensch niet verwacht mochten worden. Aangezien er groote werkloosheid in de gemeente heerscht en aan genoemde werf ook niet veel werk is, konden de menschen niets terug zeggen, want anders waren zij bovendien waarschijnlijk ook nog wel de keien op gesmeten. (Voorwaarts, sociaaldemocratisch dagblad, 10-02-1922). Scheepsbouw. AMSTERDAM, 9 Febr. Te Capelle a.d. IJsel is gisteren te water gelaten het s.s. Peursum gebouwd voor rekening der Stoomvaart Mij. Oostzee alhier. De Peursum met afmetingen van 280' X 40' X 21'4" heeft een laadvermogen van circa 3.550 ton D.W. en is gebouwd onder speciaal toezicht van Lloyds Register voor de hoogste klasse. Het schip zal worden voorzien van een triple expansie machine v. 1150 P.K. welke wordt vervaardigd door de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen. (Rotterdamsch Nieuwsblad, 10-02-1922). SCHEEPSBOUW. Vandaag is het weer een belangrijke dag voor scheepsbouw en scheepvaart: op den Nieuwen Waterweg een proeftocht met het laatst aangeschaft passagiersstoomschip Tjerima. (7600 bruto-ton) van den Rotterdamschen Lloyd - waarover u. Maandag het verslag zult lezen - terwijl te Vlissingen bij de werf de Schelde de stapelloop plaats heeft van het 2900-tons mailstoomschip Mecklenburg voor de Mij. Zeeland. Ook hiervan zult u nader vernemen. Maar er is meer gebeurd. Van de werf No. 2 van de firma A. Vuyk en Zonen te Capelle a.d. IJsel is met goed gevolg van de helling gegaan het vrachtschip Aalsum, laadvermogen 8500 tons d.g. (dus van omtrent 5000 bruto ton), voor de Mij. Oostzee te Amsterdam. Het heeft 4 masten, 4 laadpalen en 12 laadboomen (plus 1 grooten) op 12 lieren, o.m. ook een vrieskamer. Het zal zoowel olie als kolen kunnen stoken. De bekende Amsterdamsche firma Groeneveld v.d. Poll levert de electrische verlichting, de Mij. de Schelde de drie ketels en de turbine-installatie, evenals ze dat bij de verleden maand afgeloopen Peursum - ook bij Vuyk en voor dezelfde rekening, maar kleiner - zal doen. (Het Vaderland: Staat- En Letterkundig Nieuwsblad, 18-03-1922).

VLISSINGEN, 28 Maart. Het s.s. Peursum, dat onderweg was naar Vlissingen om machines en ketels in te nemen en in het Zijpe aan den grond liep, is thans in het droogdok te Middelburg op genomen. (Rotterdamsch Nieuwsblad, 29-03-1922). Vlissingen, 31 Maart. Het op de werf der firma A. Vuyk & Zonen a.d. IJssel nieuw gebouwde stoomschip Peursum is, na gehouden bodemonderzoek in het droogdok te Middelburg, overgebracht naar de werf der Koninkl. Maatij. de Schelde te Vlissingen, teneinde aldaar van machines en ketels te worden voorzien. (Voorwaarts: Sociaal-Democratisch Dagblad, 01-04-1922). SCHEEPSBOUW. Het stoomschip Peursum, in aanbouw voor de Stoomvaart Mij. "Oostzee", te Amsterdam, dat aan de werf der Kon. Mij. Schelde, te Vlissingen, van machines en ketels is voorzien is naar de werf der firma A. Vuijk en Zonen te Capelle a.d. IJsel, alwaar het gebouwd werd, vertrokken ter verdere afwerking. (Voorwaarts: Sociaal-Democratisch Dagblad, 02-06-1922). 6-1922 opgeleverd als PEURSUM aan N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Oostzee', Amsterdam (PGSL), in beheer bij Firma Vinke & Co, Amsterdam. Brandmerk 7083 AMST 1922. Roepsein PGSL. 1.972 BRT, 1.120 NRT, 3.540 DWT. 85,85 x 12,24 x 6,50 x 6,170 meter. Grain: 201.000 Cubic Feet, 5.691 m3, Bale: 180.000 Cubic Feet, 5.097 m3. 10 kn. 1.250 IPK, T 3 cyl, 533, 889 & 1448 x 991, N.V. Koninklijke Maatschappij 'De Schelde', Vlissingen. 30-6-1922 vertrokken in ballast naar Brake. 1-7-1922 te Brake. 19-11-1926 te Rotterdam voorzien van een nieuw brandmerk: 5 Z AMST 1926. 1928/1929 een reis in Holland-West Afrika Lijn. 23-11-1928 van Hamburg te Amsterdam, reis in HollandWest Afrika Lijn. 25-11-1928 van Hamburg naar Amsterdam. 28-11-1928 van Hamburg te Amsterdam. 1-121928 van Amsterdam naar West-Afrika. 9-12-1928 te Tenerife, reis in Holland-West Afrika Lijn. 10-12-1928 van Las Palmas. 14-12-1928 te Dakar. 21-12-1928 te Takoradi. 28-12-1928 te Quittah, Ghana (nu Keta). 3112-1928 van Lagos. 4-1-1929 van Burutu, Nigeria op de uitreis. 5-1-1929 van Warri, Nigeria op de thuisreis. 7-1-1929 van Koko. 15-1-1929 te Lagos. 16-1-1929 van Lagos. 19-1-1929 van Takoradi naar Freetown, thuisreis in Holland-West Afrika Lijn. 23-1-1929 van Freetown. 30-1-1929 passage Las Palmas. 9-2-1929 te Antwerpen. 11-2-1929 te Amsterdam. 12-2-1929 van Amsterdam naar Hamburg. 14-2-1929 te Hamburg. 172-1929 van Hamburg te Amsterdam. 25-2-1929 van Amsterdam naar Curaçao.

15-10-1929 van Charleston naar Bristol. PEURSUM. Londen, 3 November. Het Nederlandsche stoomschip Peursum van Jacksonvllle naar Bristol begon op do rivier Avon zware slagzij te maken. Het schip werd weder in een rechtstandige positie gebracht. De deklading hars wordt gelost. Men hoopt het schip vandaag te dokken. Bristol. 3 November. Het st. Peursum is vanochtend in de Cumberland-haven alhier aangekomen, nadat een gedeelte der deklading was gelost. Het maakt veel water in ruim Nr. 4. Uit het achterruim wordt lading gelost om ruimte voor den pompzuiger te maken; eveneens worden klinknagels verwijderd. Londen, 4 November. Omtrent het ongeval aan de Peursum overkomen, wordt nog uit Bristol d.d. 2 Nov. gemeld, dat tengevolge van een zwaren mist negen schepen op de rivier de Avon aan den grond liepen. Het betreft hier het uitgaande, naar Philadelphia bestemde Eng. st. Bristol City, het naar Avonmouth bestemde Eng. st. Sappho, de naar Newport bestemden stoombarges Oceaan, Orb en St. Vincent, de zandzuiger Romulus en inkomende stoomschepen Peursum van Savannah, New-York City van New-York via Cardiff en

Etrib van Malaga. Het met hars en tabak geladen st. Peursum rustte met het achterschip aan bakboordzijde op den achtersteven van de Bristol City. Van laatstgenoemd schip is het roerraam zwaar beschadigd. Verder werd gisteren nog uit Bristol gemeld, dat de st. Sappho en Bristol City 2 Nov. aldaar waren aangekomen, de Bristol City na aanvaring op de rivier. De stoomschepen New-York City en Etrib gisteren te Avonmouth aangekomen, de Erib eveneens na aanvaring op de rivier. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 04-11-1929). Het s.s. PEURSUM lek. Het s.s. "Peursum" van de Stoomvaartmaatschappij "Oostzee", op weg naar Bristol, maakte op de Avon plotseling slagzij. Het bleek, dat het schip in een der ruimen ernstig water maakte. Het kon nog de haven van Bristol bereiken, waar het zal worden gedokt. (De Tijd, 04-11-1929). 1934 verkocht aan Cia. de Navegação Carregadores Açoreanos, Ponta Delgada, São Miguel-Portugal, herdoopt CORTE REAL. 12-10-1941 tijdens een reis van Lissabon de Madeira naar New York, geladen met o.a. kurk, wijn, conserven enz., als neutraal schip om 14:00 uur voor inspectie tot stoppen gedwongen door de Duitse onderzeeër U-83 (Hans-Werner Kraus), omdat er zich voor Canada en Australië bestemde lading aan boord bevond werden de 42 opvarenden (bemanning en passagiers waaronder vrouwen en kinderen) gedwongen in de 3 reddingboten te gaan, met het kanon het schip in brand geschoten en om 16:54 uur met 2 torpedo's tot zinken gebracht (Grid CG 5445). Eén van de reddingboten maakte water, de mensen door de Duitsers naar de andere boten gebracht en 3 uur richting de Portugese kust gesleept. De boten zijn bij Lissabon geland. (Foto PEURSUM: NN, Rick Cox Collection/7seasvessels.com, 1-11-1929 aan de grond op de rivier Avon). Nieuw schip voor de Stoomvaart Maatschappij ”Oostzee”. Zal worden gebouwd bij N.V. v. d. Giessen te Krimpen a. d. IJssel. Naar wij vernemen heeft de Stoomvaart Maatschappij "Oostzee" te Amsterdam aan de N.V. Van der Giessen & Zonen te Krimpen aan den IJssel den bouw opgedragen van een motorvrachtschip, groot 7500 ton. Het schip zal den naam "Peursum" dragen. De voortstuwingsinstallatie zal gebouwd worden door Werkspoor. Het vermogen van het schip zal 2300 APK. bedragen, terwijl de snelheid 11 knoopen zal zijn. (De banier: staatkundig gereformeerd dagblad, 13-01-1940). In Mei 1939 verkochten wij ons oudste schip, het s.s. "Leersum", naar het buitenland. De opbrengst was hooger dan de boekwaarde. Aangezien wij het echter wenschelijk vonden dit schip te vervangen en de prijzen der schepen inmiddels sterk gestegen zijn, meenen wij, dat het verschil tusschen verkoopprijs en boekwaarde niet als winst beschouwd mag worden. Wij hebben dit verschil, ten bedrage van ƒ 167.142 bestemd voor betaling op het m.s. "Peursum", een modern motorvrachtschip van 7600 ton draagvermogen, hetwelk wij in December 1939 in aanbouw geven. (Algemeen Handelsblad, jaarverslag S.M. Oostzee, 24-06-1940).

Er zou nog een schip in de vaart komen als PEURSUM. Kiel gelegd als PEURSUM bij N.V. C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven, Krimpen a/d IJssel onder bouwnummer 670, 24-12-1940 te water gelaten, 5-111941 in beslag genomen door de bezetter en onder de naam EBERSTEIN verder afgebouwd, 24-3-1942 opgeleverd als RAUENTHALER aan Deutsches Reich - RVM (Reichsverkehrsministerium), in beheer bij Deutsche Dampfs. Ges. "Hansa", Bremen. 3.727 BRT, 2.204 NRT, 7.600 DWT. 115,72 x 16,19 x 10,21 x 6.800 meter. 9,5 kn. 1.700 EPK, 7 cyl, 4 tew, N.V. Werkspoor, Amsterdam. 8-9-1943 geladen met kopererts ten noorden van Trondheim in aanvaring gekomen met het Duitse s.s. SIGNAL en gezonken. (Tekening: Harald Kunick/ddghansa-shipsphotos.de).

De Nederlandse HELENIC en VESTBORG, ex ELS TEEKMAN (IMO 7502021) te Hvide Sande, foto B, Mikkelsen, 24-2-2016.

HELENIC 9356490, Bijlsma Trader 3250, 28-4-2007 te water gelaten te Melnik, Tsjechië, 8-10-2007 casco gearriveerd te Harlingen voor afbouw bij Bijlsma Shipyards B.V. te Lemmer onder bouwnummer 751, 2.300 BRT, 3.250 DWT, 1.440 kW, Wärtsilä, type 8L20, 1-3-2008 vertrokken van de werf naar Lemmer, 7-3-2008 aan de Korte Lijnbaan te Harlingen gedoopt HELENIC door mevrouw Helena Maria Hagebeuk-Laarhoven en opgeleverd aan C.V. Scheepvaartonderneming Triton te Andijk, in beheer bij Wagenborg Shipping B.V. voor T. Hagebeuk. 23-5-2008 tijdens een reis naar Antwerpen, geladen met staal, aan de grond gelopen in de Ålöfjord in de Oxelö Sound bij Korpholmen, bij Shipdock Harlingen B.V., Harlingen de opgelopen bodemschade gerepareerd. (Foto: R. Bortans -15-5-2013, Volthaven, Amsterdam). ELS TEEKMAN 7502021, 7-1976 opgeleverd door Scheepswerf "Voorwaarts" B.V., Hoogezand (217) als ELS TEEKMAN aan Rederij Teekman, Delfzijl, in beheer bij Wagenborg Shipping B.V., Delfzijl, 999 BRT. 30-11984 verkocht aan Pot Scheepvaartbedrijf B.V., Delfzijl, herdoopt KWINTEBANK. 27-4-1992 verkocht Gina Shipping Ltd., Cyprus, herdoopt GINA P. 9-1993 verkocht aan Sea Planet Shipping Ltd., Cyprus, 28-9-1993 herdoopt MARICO, 1.086 BRT. 29-6-1995 verkocht aan Van Bruggen Scheepvaart B.V., Delfzijl, in beheer bij Wagenborg Shipping B.V., Delfzijl voor N.H. van Bruggen, Delfzijl, herdoopt JAMIE. 1-7-1998 verkocht aan Aunborg A/S, Noorwegen, vlag: Bahamas, in beheer bij Holden Regskapsservice, Trondheim, herdoopt

AUNBORG. 2005 verkocht aan Tanto Ltd., Cook Islands, in beheer bij Tanto AS, Aalesund. 6-2010 herdoopt VESTBORG. (Foto: B. van Raad, 1979).

LITTLE OUSE. Schepen w.o. een kustvaarder in de Nieuwe Haven tussen de Lange IJzeren Brug en de Engelenburgerbrug. Datum of periode 01-01-1958 en 31-12-1962, archief Dordrecht. LITTLE OUSE: 1-1948 opgeleverd door Atel. & Chant. de France, Dunkerque (184) als HÉRON aan Soc. Anon. "Chalutiers de La Rochelle", La Rochelle-Frankrijk. Trawler. 575 BRT. 1958 verkocht aan Jean Poupard, Boulogne-Frankrijk. 1960 verkocht aan N.V. Holland Scheepswerf & Machinehandel, Hendrik Ido Ambacht. 1960 verkocht aan Derna Cia. de Navegacion, S.A., Panama, herdoopt LITTLE OUSE. 4-3-1960 vertrokken naar IJmuiden. 1962 verkocht aan E.Ch. Mastichiades, M.D. Michailides & S.D. Michailides, PiraeusGriekenland, herdoopt DIMITRIOS M. 1962 verbouwd tot motorvrachtschip, 343 BRT. 11-11-1968 tijdens een reis van Mersin, Turkije naar Griekenland, geladen met katoen, op een rif gelopen op Kato Makri Islet, ten noordoosten van Kastelorizo Island en vergaan.

s.s. MATIOTA, IMO 5322257, foto: Shell/Werf Gusto/D. Henken. 3-1929 opgeleverd door N.V. Werf Gusto, Schiedam als MATIOTA aan N.V. Nederlandsch-Indische Tankstoomboot Maatschappij, ’s-Gravenhage. 120 BRT. (29,81) x 5,97 x (3,22) x . meter. 8 kn. 300 IPK, C 2 cyl, 381 en 736 x 482, de werf. 23-3-1929 vertrokken naar Glasgow. 24-3-1929 passage Lizard vanaf Vlaardingen naar Glasgow. 25-3-1929 te Glasgow. 3-4-1929 van Holy Loch naar Buenos Aires met 2 lichters. 9-4-1929 van Vigo naar Lissabon. 184-1929 te Las Palmas van Glasgow, vertrok naar St. Vincent K.V. met de lichters SHELL V en SHELL VI op sleeptouw. 28-4-1929 van de Clyde gearriveerd te St. Vincent met 2 lichters. 1929 overgedragen aan Shell Company of Portugal Ltd., St. Vincent, vlag: Portugal. 194- overgedragen aan Shell Company of West Africa Ltd., Portugal. 194- overgedragen aan Shell Company of Portugal Ltd., St. Vincent, vlag: Portugal. 19-- als MATIOTA ingebracht bij Lisbon Coal & Oil Fuel Co. Ltd., St. Vincent, vlag: Portugal. 193- overgedragen aan Shell Company of Portugal Ltd., St. Vincent, vlag: Portugal. 19-- overgedragen aan Shell Co. of Portugal Ltd., Lissabon-Portugal. 19-- overgedragen aan Shell Company of Portugal Ltd., St. Vincent, vlag: Portugal. 1953 herdoopt SHELL MATIOTA.

1973 verkocht aan Gaslimpo Sociedade de Desgasificacao de Navios, Lissabon-Portugal, herdoopt ENCRESPADO. Gewerkt te Lissabon. 1980 opgelegd. 198- gesloopt als laatste stoomsleepboot in de haven van Lissabon. (Foto: Luís Miguel/lmcshipsandthesea.blogspot.nl, de ENCRESPADO op de Tejo bij Lissabon). n.p. SHELL 5. Gebouwd 1929, Bow, McLachlan & Co. Ltd., Paisley, Thistle Yard (482). 278 BRT, 231 NRT. (39,67) x 7,34 x 3,35 x 2,846 meter. 31-1-1929 te water, 3-1929 opgeleverd als SHELL 5 aan Shell Co. of Portugal Ltd., Lissabon-Portugal. In 1951 thuishaven en vlag: St. Vincent, Portugal. n.p. SHELL 6. Gebouwd 1929, Bow, McLachlan & Co. Ltd., Paisley, Thistle Yard (483). 294 BRT, 275 NRT. (39,67) x 7,34 x 3,35 x 2,846 meter. 6-2-1929 te water, 3-1929 opgeleverd als SHELL 6 aan Shell Co. of Portugal Ltd., Lissabon-Portugal.

LIBERTY GLO, 8-1919 opgeleverd door American International SB. Corp., Hog Island, Pa. (517) als LIBERTY GLO aan U.S. Shipping Board, Philadelphia-U.S.A. 4.979 BRT. 11,5 kn. 23-11-1919 vertrokken van New York naar Bremen. Op een mijn Onmiddellijk nadat in de middag van 5 dec. 1919 tegen half vier het bericht kwam dat op ongeveer 12 mijl W.t.N of N.t.W. van de vuurtoren Brandaris de Liberty Glo op een mijn was gelopen, vertrokken uit de haven van West-Terschelling de sleepboten Texel en Lutine. Even na het vertrek kwam het bericht dat het schip zich bevond tussen Terschelling en Ameland op 12 vadem water. Hierop vertrok de reddingboot Brandaris. Er waren vijf man aan boord, Jan Cupido, Klaas en Jan van Urk, Albert Tot en de motordrijver Hannes Krul. Ze gingen via Schuitegat, Boomkensdiep, Noordoostgat richting Ameland. De sleepboten kwamen 's avonds acht uur in de haven terug, de Brandaris om 12 uur. Ze hadden niets gevonden, de reis was zwaar, storm met een hoge zee en dik van de regen. Onderweg passeerde men nog een drijvende mijn. Via Stortemelk en Schuitegat kwam men weer in de haven. Om half vier in de nacht kwam er echter weer een bericht. Er werd nu een exacte positie doorgegeven. De Liberty Glo bevond zich op 53.40 N. en 5.36 O. Onmiddellijk ging de Brandaris weer uit. Er woei nu een harde west-noordwester storm. Dwars van Buren op Ameland zag men het voorschip van de Liberty Glo, waarop zich niemand meer bevond. Ondertussen was het dag geworden en zag men verder oostelijk, dwars van het Pinkduin, het achterschip waarop zich nog drie man bevonden. Deze hadden de hele nacht met schijnwerpers en andere lichten om hulp geseind. Toen ze de Brandaris zagen aankomen seinden ze onafgebroken SOS-SOS. Het wrak maakte zware schuivers in de branding. Onverschrokken liet Jan Cupido de reddingboot drie keer langs het wrak scheren en even zoveel keer sprong er een man in het net dat boven de kap van de machinekamer stond gespannen. Dit was de allereerste keer dat er mensen op deze wijze werden gered. Men had wel eens overwogen dit net te verwijderen, maar dank zij deze redding worden deze netten ook nu nog gebruikt. Ook op andere stations kwamen reddingboten in actie. De roeireddingboot van Hollum en Nes op Ameland stonden gereed op het strand maar hoefden niet in zee gebracht te worden. De mannen van de roeireddingboot van Moddergat (N.O. Friesland) roeiden in de morgen van 7 december uit alle macht naar het gestrande schip dat op de uiterste oostpunt van Ameland zat om daar te ontdekken dat de Brandaris hen al voor geweest was. Na zeven uur roeien keerden ze in Moddergat terug. Mees Toxopeus van het kleine eilandje Rottumeroog ging in de avond van 6 december ook uit met de nieuwe motorreddingboot C.A. den Tex en zocht de omgeving van Rottumeroog en Schiermonninoog af naar de vermiste sloepen. Hij zag wel veel van de lading drijven: wrakhout, olie en katoen. De volgende dag zochten ze nog op het Simonszand en de bosplaat maar

ook hier bespeurden ze niets. Voor deze redding ontving Jan Cupido de kleine gouden medaille van de reddingmaatschappij, de op een na hoogste onderscheiding. Klaas van Urk, Jan van Urk, Albert Tot en Johannes Krul ontvingen een bronzen medaille met getuigschrift. (Bron: In Storm en Mijnenveld van Hille van Dieren/wtatot.com, foto: NN).

LIBERTY GLO. Nieuwendiep. 5 Dec. Het Amerik. stoomschip Liberty is dwars van Ameland op een mijn geloopen en ligt in 6 vaam water ten anker; de sleepboot Hector vertrekt van hier. (Zie Avondblad D 5 Dec). LIBERTY GLO. Maassluis, 5 December. Volgens een nader bericht, door de Nieuwe Bergingsmaatschappij ontvangen, is de Liberty Glo niet gezonken, doch ligt met ruim 2 vol water onder Ameland ten anker. Sleepboothulp is in de nabijheid en het st. wordt indien mogelijk, naar Rotterdam gebracht in opdracht van de United Shipping Board gedaan, aan de Nieuwe Bergingsmaatschappij. (NRC, 6-12-1919, foto: NN). De schipbreuk van de "Liberty Glo" In het "HLBD" lazen we: Men seint uit Nieuwendiep: De reddingboot, die ter assistentie van het op een mijn geloopen Amerikaansche stoomschip "Liberty Glo" van Nieuwendiep was vertrokken, heelt aldaar aangebracht den kapitein, den dekmachinist en een Chineesch bediende. De overige bemanning, beslaande uit 41 personen, is in vier sloepen van boord gegaan. Te Schiermonnikoog landde een boot met twaalf opvarenden, onder wie de eerste en derde stuurman van de "Liberty Glo". Uit Nes op Ameland: Drie man zijn door de "Brandaris" op Terschelling geland, 8 man zijn te Moddergat en 12 te Schiermonnikoog met eigen booten geland. Van Terschelling meldt men: De oorzaak, dat geen der sleepbooten der reeder Doekten, welke gisteravond ter assistentie uitvoeren bet schip bereikten, is geweest, dat eenige malen totaal verschillende peilingen werden opgegeven en de sleepbooten hierdoor op verkeerde plaatsen zochten. Uit Nieuwediep werd nog geseind: draadloos ontvangen bericht vermeldt, dat een sloep van het stoomschip "Liberty Glo" is aangedreven op Schiermonnikoog en een te Moddergat, terwijl de beide andere in Oostelijke richting drijvende zijn gezien, zoodat hoogstwaarschijnlijk alle opvarenden gered zijn. Nader blijkt, dat het gestrande stoomschip Liberty van New-York kwam met bestemming naar Bremen. Het schip is in tweeën gebroken. De twee helften zitten een mijl van elkaar op bet strand. De bergingsmaatschappij Dirkzwager maakte met de reederij een kontrakt tot de berging. (Het Volk, 8-12-1919). Op strand. - De berging van de belde scheepsdeelen der "Liberty Glo", die op Ameland gestrand zijn, is door de Shipping Board opgedragen aan de firma Dirkzwager te Maassluis. De kostbare lading, bestaande uit katoen, manufacturen, maïs, olie in vaten en reliefgoederen, zijn reeds gedeeltelijk geborgen. Met behulp van hét bergingsvaartuig "Buffel" zijn zware ankers op staaldraden uitgezet en wordt de lossing krachtig voortgezet Het achterschip is geheel intact en men is er in geslaagd stoom te maken, waarmede de lossing geschiedt. Bij het eerstvolgende flinke watergetijde denken de bergers het achterschip, hetwelk juist bij de brug is afgegleden en z.g. geen water maakt, vlot te brengen en naar Delfzijl te sleepen. (De Tijd, 19-12-1919).

DELFZIJL, 12 Dec. Heden kwam alhier uit zee binnen het te Terschelling thuis behoorende bergingsstoomschip "Noordsvaarder." Dit vaartuig heeft den afgeloopen nacht met een zwaren storm te kampen gehad. De kapitein rapporteerde, dat hij den lichter "Buffel" op sleeptouw had, welke was geladen met balen katoen uit het bij Ameland gestrande Amerikaansche stoomschip "Liberty Glo." Door de hooge zeeën brak de sleeptros en verdween de lichter uit het gezicht, welke waarschijnlijk het Friesche Gat is binnen gedreven. De "Noordsvaarder" verloor een anker en ketting, benevens een vlet. (NvhN, 20-12-1919).

HAAI. Op zee. — De Nieuwe Bergingsmaatschappij te Maassluis, reederij van het bergingsvaartuig "Haai", dat tijdens den laatsten storm diensten heeft verleend bij het bergen van het bij Nes op Ameland gestrande stoomschip "Liberty Glo", wanhoopt aan het behoud van haar door den storm beloopen vaartuig. De vijf opvarenden: schipper J.C. Schepen, diens zoon Antony Schepen, P.J. van Eijk, C. Hollaar en de loods Albert Wiegman, van Terschelling, worden als vermist beschouwd. (De Tijd, 3-1-1920) HAAI (1), 5-1916 opgeleverd door T. Schepman Bzn., Kampen als HAAI aan Berging Maatschappij G. Dirkzwager Mzn., Maassluis. 54 BRT. 19,81 x 5,49 x 2,13 x 1,347 meter. Bergingsvaartuig, type stalen blazer, 8 kn. 45 EPK, N.V. Motorenfabriek Kromhout, Amsterdam. 4-9-1916 ingeschreven in het visserijbestand onder visserijregistratie MA.136, motor korboot voor de korvisserij op de Ned. kust. 151,88 m3 bruto inhoud, 30,10 m3 netto inhoud. 19-11-1919 t.h.v. Schiermonnikoog in slecht weer bij de berging van de LIBERTY GLO verloren gegaan. 20-1-1920 doorgehaald uit visserijbestand. Het vergaan van de "Liberty Glo” De kapitein J. Stousland van den Amerikaanschen regeeringsstoomer "Liberty Glo" welke, zooals men weet, op de hoogte van Ameland door een onderzeesche mijn werd getroffen en in tweeën scheurde, heeft over deze schipbreuk het volgende aan de "Tel." medegedeeld: Den 5en December, ruim twee uur in den namiddag werd het schip onder ruim 2 in de buurt van het Borkumer lichtschip door; een onderzeesche mijn in 14 vadem water getroffen, waardoor het van de eene naar de andere zijde tot op de waterlijn in tweeën werd gescheurd. Onmiddellijk werd het sein S.O.S. draadloos verzonden en werden de reddingsbooten gereedgemaakt. Ruim 1 en 2 liepen spoedig vol water, maar men slaagde er toch nog in het schip in den wal te sturen. Toen men tegen 4 uur in de kust van Ameland kwam, begon een storm op te zetten en tusschen 8 en 12 des avonds begon het schip langzaam aan te breken. Toen door de zware zeeën het schip ieder oogenblik in tweeën zou kunnen slaan, gaf de kapitein de bemanning last in de booten te gaan. Het leven van de bemanning stond op het spel. De booten werden alle in verwarring gevierd en het was onmogelijk de orde te herstellen; de menschen waren door een paniek aangegrepen. In de duisternis van den nacht, bij het geraas van den ontsnappenden stoom en bij het kraken van het brekende schip, kon geen bevel worden gehoord. Niet lang nadat de vanglijnen van de booten waren afgesneden brak de "Liberty Glo" in tweeën. Alle lading uit ruim 2 dreef weg, daar het achterschip zich langzamerhand verwijderde van het voorschip, hetwelk voor anker bleef. In den vroegen morgen strandde het achterschip in de branding en bleef dwarsscheeps, zwaar werkend en stootend, terwijl de zee er geheel overheen sloeg. De reddingsbooten waren in de duisternis van den nacht verdwenen; met de motorreddingsboot werd vijf uur lang naar de vermiste booten gezocht. Kapitein Stousland was tot op het laatste oogenblik op het achterschip gebleven. Den volgenden dag, bij kalm weer, vond men de beide stukken van het schip op het strand, ongeveer twee mijlen uit elkaar, Alle laadruimen het ketelruim en de machinekamer werden in orde bevonden. De "Liberty Glo" hoorde thuis in Philadelphia; zij mat 3562 ton en telde 42 koppen. De leden van de bemanning waren van verschillende nationaliteit; 4 hunner zijn verdronken, van wie 2 Duitschers. Het schip was met katoen en stukgoederen voor de Amerikaansche regeering op weg naar Bremen en Hamburg. Aan boord van het uit elkaar geslagen voor- en achterschip zijn thans wachten geplaatst. Kapitein Stousland heeft de overtuiging dat herstelling nog mogelijk is. Bij gunstig weer zullen de stukken naar Rotterdam worgden gesleept, waar, ook volgens de meening van scheepsexperts, d "Liberty Glo" weer zeewaardig zal kunnen worden gemaakt. (NvhN, 22-12-1919). LIBERTY GLO - NES, Ameland, 11 Febr. - Het achterschip van het stoomchip Liberty Glo, dat nog geheel intact is en dag en nacht stoom op heeft, is op vier uitgebrachte ankers ongeveer' 20 meter naar zee gehieuwd. De bergingsvooruitzichten, zijn gunstig, WL. wel er op 't oogenblik een W.N.-storm heerscht. Sedert de vorige week werd ongeveer 500 ton lading in nagenoeg geheel onbeschadigd gelost en naar Amsterdam vervoerd. (Rotterdamsch nieuwsblad, 13-02-1920). Door kapt. Stousland van de "Liberty Glo" is bij den officier van justitie te Leeuwarden een klacht ingediend tegen den burgemeester-strandvonder van Terschelling, wegens het door dezen verkoopén van goederen, wederrechtelijk door visscherslieden bij hem aangebracht. (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant, 20-02-1920). LIBERTY GLO (Nes, Ameland 4 April.) Het achterschip van het stoomschip Liberty Glo (zie Avondblad 22 Maart) is na geheel gelost te zijn, op vier uitgebrachte ankers door de sleepbooten Ursus, Noordvaarder, Volharding, Stortemelk en Bornrif vlotgesleept. — (Hoek van Holland, 5 April). Het achterschip van de Liberty Glo is door vijf sleepbooten vóór den N. Waterweg gesleept en zal hedennacht worden binnengebracht. (AH, 06-04-1920). De stranding van de WEST-ALETA. Een gezellig avondgesprek. De lichtwieken van den Brandaris en den zielstoestand van den Terschellinger. - Jan Nieman vertelt zijn historie. - Roemenië heeft aan de firma Dirkzwager het opruimingswerk in den Donau opgedragen. – Een hippisch uitstapje. 's-Avonds hebben we in hotel Nap onder den Brandaris allergezelligst zitten te keuvelen met z'n drieën. Buiten rommelde een onweer en hagel striemde tegen de ruiten. Echt weer om te vertellen van het bergingsbedrijf met zijn avonturen en gevaren. Het "onder den Brandaris" heeft een bijzondere beteekenis. Uit de hotelkamer kon men hem zijn hielslicht zien rondstrooien. Als men bij avond onder de Brandaris zit, lijkt 't of de toren vier lichtwieken op zijn kop heeft gezet; hij is een reusachtige molen, die niet ter zijde zijn wieken heeft aangebracht maar ze plat boven zijn hoofd heeft gelegd. De wieken flitsen den heelen horizont af.

Het conflict van plichten op Terschelling. 't Is toch zoon typisch conflict van plichten op dat Terschelling, een verwarring en mengeling van de tegenstrijdigste belangen. De Terschellinger is trotsch op z'n Brandaris en verfoeit hem, want hij geeft de dikwijls reddende waarschuwing aan het schip, zijn licht is de vurige band, die de noodlottige ondiepten aanwijst, terwijl het stranden van een schip telkens voor den eilandbewoner is een Sinterklaas, een blijde boodschap. Als echte zeelui bewondert men den moed waarmee de mannen van de berging die kostbare last van het gestrande schip in veiligheid brengen, maar tegelijk zou men al die bergers liefst op de Mookerhei zien, want zij benadeelen den jutter. En ieder is jutter op het eiland, de hoogste en de laagste. De stijfste in de bijbelleer (over 't algemeen is de Terschellinger slecht kerksch) is het met welken eilandgenoot ook eens in de beschouwing, dat wat aanspoelt op het strand eigendom van den strandbewoner is. Men vindt de mannen van het bergingsbedrijf dan eigenlijk ook niet veel meer dan broodroovers. Maar verstandig volk als het is. aanvaardt men den toestand in schijn zoo goed mogelijk. Tegen een zoet loontje helpt men bij bet bergen, aangezien deze medewerking toch nog menige gelegenheid biedt tot toepassing van die manipulatie, waarbij de eene hand niet weet wat de andere doet! Vandaar het algemeen verschijnsel, dat men na een stranding, uit elke willekeurige huiszoeking kan opmaken, welke vracht het gestrande schip in heeft. Zoo gauw kan geen bergingsmaatschappij er bij zijn, zo gek kan het niet loopen, of elke Terschellinger proeft op de een of andere wijze mee van hetgeen de zee van het zoete der aarde heeft aangebracht. De natte invloed der WEST ALETA Zoo is de West Aleta aanleiding tot een heel het eiland omvattend debat over de waarde van zoeten en zuren wijn. Den zuren, lust men niet, den zoeten des te liever. Vandaar dat de Bordeaux, Bourgogne en Rijnwijn vrij veilig zijn voor de jutters, maar de oude port ziet men in het onmogelijkst vaatwerk overal voorhanden. En men vindt, dat voorhanden hebben doodgewoon. Ja, het bergingswerk heeft een bijzondere bekoring aan de jutterij gegeven, volgens den alouden stelregel over de verboden vrucht. Men zal deze algemeene verspreiding van de bijzondere gaven der zee (elke stranding wordt als zoodanige gave beschouwd, waarvoor de naïeve geloovige zijn: Heer behoorlijk in gebede dankt) kunnen begrijpen, als men weet, dat het strand nooit alleen gelaten wordt. Hoe ze het onderling regelen, weet niemand, maar zeker is, dat altijd een Terschellingsch oogenpaar de wijde zee afzoekt, dag en nacht, en als er een schip zit, kan men zonder overdrijving spreken van een nachtsociteit aan den kant der duinen. Het wakend oog In West-Terschelling heeft onze stadgenoot, de heer Eshauzier, Terschellinger van geboorte en wiens familie van ouder tot ouder het eiland bewoonde, zelfs een vaste verblijfplaats gesticht voor deze vrijwillige zoekers. Het is het Willem Barendshuis (onze zeeheld zag ook op T. het levenslicht). In den gevel boven de deur is een kolosaal wakend oog aangebracht. De werkzaamheid van dit oog wordt aldus nader belicht: Ik ben het wakend oog, Mijn blik blijft rustig staren, Gericht steeds over zee Let ik op de gevaren. En al wordt onder ons - Van ouds af veel gelogen - Aan hulp of redding ook - Vindt men zich niet bedrogen. De dichter van dit lied schetst buiten, gewoon gelukkig de deugden en gebreken der Terschellinger. Hoe de WEST ALETA strandde Maar we zijn heelemaal van het College van drie afgedwaald, dat in den stormachtigen avond bijeen zat. Eerst kwam het verhaal van de West Aleta. De Brandaris had zoo zijn best gedaan, om den Amerikaan te waarschuwen. Later bleek, dat de kapitein den Brandaris voor een anderen vuurtoren had aangezien. Hij voer dus zijn noodlot tegemoet. Zoodra het schip zat in den hollen nacht van 12 Februari, is de reddingsboot Brandaris er heen gegaan en kapitein Cupido mocht er in slagen met zijn kranige mannen, alle opvarenden van boord te halen. Om elf uur s morgens brak het schip midden door. Het achterschip zonk weg, het voorschip zit, zooals we reeds vertelden op een oud wrak. De firma Dirkzwager, die met haar bergingsschepen, duikers en personeel spoedig ter plaatse was, heeft aan inventaris en wijnen reeds een

millioen waarde gered. De Stier heeft het eerste bergingswerk gedaan. Men raadt nooit wat een der eerste geborgen stukken is geweest. Uit de hut van kapitein Ewart bracht een duiker het portret van den... Duitschen keizer boven. Of dit bezit nu voortvloeide uit heimelijke vereering dan wel moest dienen tot het persen van den lip in varensnood, meldt de historie niet.

WEST ALETA, 7-1919 opgeleverd door Western Pipe & Steel Co., San Francisco (8) als WEST ALETA aan U.S. Shipping Board, San Francisco-U.S.A. ON 218556. 5.606 BRT. 1 turbine. 10,5 kn. 12-2-1920 kapitein: George Hyller Ewart, tijdens een reis van Seattle naar Hamburg, geladen met 15.000 vaten wijn, balen rijst, kisten haring, grenen balken, spiritus en andere stukgoederen, gestrand bij het begin van het oude Thomas Smit Gat, WNW van Terschelling en vergaan. Het Amerikaanse vrachtschip s.s. WEST ALETA, op weg van de USA naar Hamburg en Bremen, deels geladen met een enorme hoeveelheid Californische wijn, verging op 12 februari 1920 tijdens een zware storm bij Terschelling. De reddingboot BRANDARIS (I) van het station Terschelling (NZHRM) wist met zeer veel moeite de 42 opvarenden van boord te halen. Kort daarop brak het schip voor de brug in tweeën. Door de Nieuwe Bergings Maatschappij van Dirkzwager uit Maassluis werd een bergingscontract afgesloten om de lading te kunnen bergen. Vele Terschellinger vissers en de Bergings Mij. Doeksen verhuurden hun boten voor deze berging. De berging zoubijna een jaar in beslag nemen. De laatste wijnvaten konden door duikers worden geborgen. Eind november 1920 haalden duikers de laatste vaten uit het wrak en daarmee kwam een eind aan deze spectaculaire berging. Vele vaten werden later verkocht door de strandvonder. Zo begon Jan Willem Siebrand uit Kampen door aankoop van een vat wijn een wijnhandel die later uit zou groeien tot een der grootsten van ons land. Ook de Terschellinger Jan Kooyman uit Baaiduinen begon samen met Stienstra uit Harlingen een drankhandel met wijn uit de WEST ALETA. Ze lieten zelfs hun eigen etiketten drukken en verkochten vele jaren de zeer gewilde wijnen. Heel Terschelling rook naar de drank Vraag een oude Terschellinger naar de naam van de bekendste scheepsramp bij het eiland en grote kans dat hij de naam noemt van het Amerikaans stoomschip "WEST ALETHA". De reden dat dit schip zo bekend werd was de lading die o.a. bestond uit ruim 18.000 vaten Californische wijn! De "West Aletha" was een bijna nieuw schip dat voer voor de United States Shipping Board. In januari 1920 vertrok het schip vanuit San Fransisco met bestemming Bremen en Hamburg. Door problemen met het roer kwam het schip echter tijdens een zware storm bij Terschelling in nood en strandde op 2 februari 1920 bij het "Thomas Smitgat" in de beruchte Terschellinger gronden. De reddingboot "BRANDARIS" voer uit en slaagde erin langszij te komen zodat de 45 opvarenden in het springnet konden springen. Alleen kapitein Ewart sprong mis en ging onder de reddingsboot door maar werd later alsnog gered. De volgende dag brak het schip voor de brug in tweeën. Met de Nieuwe Bergings Mij. te Maassluis werd een bergingscontract afgesloten. Aanvankelijk konden de bergers vanwege stormweer niets uitrichten. Intussen was ook de Terschellinger vissersvloot uitgevaren om goederen te bergen en tegen de avond keerde de wijnboot zwaar beschonken terug. Later kwamen bergers en vissers tot een overeenkomst waarbij de laatste met hun scheepjes werden ingeschakeld voor vervoer van de geborgen goederen naar West-Terschelling. Een deel van de lading wijnvaten was uit het schip gedreven en spoelde aan op de eilanden Vlieland, Terschelling en Ameland en zelfs op de Friese kust. Op het strand speelde zich fraaie taferelen af. De jutters boorden gaatjes in de wijnvaten om de smaak te proeven. Zoete wijn was favoriet. De

vaten met zure wijn liet men in het zand leeglopen. Er werd gedronken uit de klomp, de hoed of zelfs met de pet en vele vaten kwamen niet in handen van de strandvonder maar verdwenen spoorloos in de duinen. Heel Terschelling rook naar drank! Eind november 1920 haalden duikers de laatste vaten uit het wrak naar boven en daarmee kwam een einde aan deze spectaculaire berging. Vele vaten werden verkocht door de strandvonder. Zo begon J.W. Siebrand uit Kampen door aankoop van een vat wijn een wijnhandel die later zou uitgroeien tot een der grootsten van ons land. Ook de Terschellinger Jan Kooijman uit Baaiduinen begon samen met Stienstra uit Harlingen een drankenhandel met wijn uit de "WEST ALETHA". Ze lieten zelfs hun eigen etiketten drukken en verkochten vele jaren de zeer gewilde wijnen. De woning van Jan Kooijman is genoemd naar het schip. De kozijnen van dit huis zijn gemaakt van grenenhout dat tot de lading van het schip behoorde. (Tekst: Hille van Dieren). Het verhaal van Jan Nieman. (Vervolg) Na deze inleiding kreeg al gauw Jan Nieman, de beproefde, zeer bekende leider van het bergingswerk, het woord, maar 't was moeilijk hem aan het praten te krijgen. Men zou anders zoo zeggen, dat hij stof te over had, want onze Jan heeft, hoewel het dikwijls een "overschoossie boel" (miserabele) was, meer dan 40 groote bergingen achter den rug (o.a. de Solo. de Lutine. Hr. Ms. Schelde, Hr. Ms. G I. de U 6 VI. Hr. Ms. G XI. die binnen ons territoir in 3 stukken brak; de drie stukken zijn gelicht en geborgen. Hr. Ms. O 2 enz. enz.). Bij dit alles had hij maar 2 ongelukken, maar die zijn dan ook heel droevig. Bij een der bergingen werd zijn vader, een duiker, dood opgehaald; bij het bergen van den Liberty Glo ging de Haai verloren. Vermoedelijk is de dood van Nieman's vader te wijten aan de omstandigheid, dat de buis voor luchttoevoer door een of ander voorwerp, een vallende kist of iets dergelijks, is dicht geknepen. De GOLDSBOROUGH. Het zal den heer v. Renterghem uit Vlissingen belang inboezemen, dat Jan Nieman als vijftien jarige jongen de berging van het schip bijwoonde, waarover hij in ons blad schreef en waarvan hij den naam zich niet meer kon herinneren. Het is de Goldsborough uit West Hartlepool geweest, die ongeveer 30 jaar geleden hij Huisduinen strandde. Het was, naar onze verteller zich meende te herinneren een stoomschip van 4000 ton doch zonder lading. Het schip werd zeer hoog op het strand geworpen, zoodat het vlak tegen de duinen zat. Men heeft 4 maanden aan het vlot maken gewerkt. Door het stapelen van zandzakken heeft men om het schip een soort dok gemaakt. Bij hoog water liet men het dok volloopen. Toen 't schip op die manier vlot kwam, heeft men het door een gegraven vaargeul in zee gebracht. Een acht jaar vroeger liep daar in de buurt ook de König Wilhelm vast. Een Engelsche maatschappij kreeg opdracht om het te bergen, maar het wrak, lachte Nieman fijntjes, zit er nog! Het zou wel aardig zijn, als de heer Renterghem kon bevestigen dat de 15 jarige Jan een juiste herinnering van het geval heeft. GOLDSBRO' - 7-1887 opgeleverd door W. Gray & Co., West Hartlepool (321) als GOLDSBRO' aan West Hartlepool Steam Navigation Co. Ltd., West Hartlepool-U.K. 2.307 BRT, 1 T.E.M. 9-2-1889 gestrand bij Nieuwediep, 9-2-1889 de berging aangenomen door de Berging Mij. (G. Dirkzwager) voor £ 4.000. Er werd onmiddellijk begonnen met het maken vaneen kunstmatig dok. Duizenden zakken werden gevuld met zand en rondom het schip gelegd, zodanig dat er als het waren een grote kuil ontstond waar het water in bleef staan. De bedoeling was het schip in die kom met de kop naar zee te draaien wat op 15 mei lukte. Op 4 juni was men dan zover dat het schip met hoog water vlot getrokken kon worden en haar al veel eerder begonnen reis naar West Hartlepool vrijwel onbeschadigd kon voorzetten. (Bergers van het eerste uur, J.P.A. Verkley). 1898 verkocht aan Smith Bros. & Co., West Hartlepool-U.K. 1906 verkocht aan Cia. Naviera Uriarte (J. A. Acha), Bilbao-Sanje, herdoopt URIARTE No.5. 1916 verkocht aan Cia. de Navegacion Begoña, Bilbao-Sanje, herdoopt BEGOÑA No.2. 1916 verkocht aan Marit. Vizcaina Soc. Anon. (M. P. Ferrer), Bilbao-Sanje, herdoopt PATRICIO. 1918 verkocht aan R.O. Artiñano, Bilbao-Sanje, herdoopt MERCEDES. 4-10-1918 tijdens een reis van Bilbao naar Cardiff tussen Pasajes en San Sebastian getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U-91 (Alfred von Glasenapp) en gezonken bij San Sebastian in positie 43.25 NB. en 1.59 WL. KÖNIG WILHELM I, 7-1870 opgeleverd door Caird & Co., Greenock (155) als KÖNIG WILHELM I aan Norddeutscher Lloyd, Bremen. 2.550 BRT. 26-11-1873 tijdens een reis van Southampton naar Bremerhaven gestrand bij Nieuwediep, 1874 bij een poging tot bergendoor Engelse bergers gezonken. KÖNIG WILHELM - Het duitsche stoomschip KÖNIG WILHELM, van Newyork met passagiers en lading naar Bremen, is gisteren avond bij de Vuurtoren gestrand, en sedert hoog op strand geslagen; de in den afgeloopen nacht aangewende pogingen om te redden zijn mislukt; de opvarenden zijn nog aan boord. (De Tijd: 28-111873). Den Helder, 15 April 1974, Morgen zal men bij hoogtij nogmaals beproeven, de gestrande König Wilhelm af te brengen. Een stoomsleepboot de John Watt is hiertoe van Hull aangekomen. De engelsche

werklieden beweren, dat het gelukken zal, doch men stelt hier weinig vertrouwen in de sterkte van de sleepboot (De Tijd, 17-4-1874). Het aan den Helder gestrande stoomschip de König Wilhelm is 35 meter (in de lichting van het schip, dat is langs het strand) achteruitgegaan, en heeft zich daarbij een weinig landwaarts verplaatst. De locomobiel, die op een term stond, zit nu tot de ketel toe in het zand. Men zegt dat de boot veel geleden heeft en zeer lek is. (De standaard, 26-10-1874). Hoe en waar de beste bergers gevonden worden De beste bergers, leeraarde Nieman verder, komen voort uit de... strandjutters. Het is eigenaardig, dat Ouddorp op Goeree steeds de eerste leerschool voor bergers en duikers schijnt te zijn. Mijn vader, al zeg ik het zelf, een beste duiker, kwam er ook vandaan, Jan Sperling, onze prachtduiker, is ook Ouddorper. Ik zelf kan niet best tegen duiken. Ik krijg gauw neusbloeding en voel me beroerd. Je moet tegen dit werk kunnen, felle kou kunnen verdragen, maar gevaar zit er bij de tegenwoordige voortreffelijke toestellen niet zooveel aan. Voor ons werk moet je flinke, vertrouwde kerels hebben. We vormen een familie op zichzelf. Van in uren afgepaalde werkdagen kan bij ons niet inkomen. Soms leg je weken stil ('t ziet er raar uit met het weer voor de Aleta), dan weer is het dag en nacht (met onze groote booglampen) werken en als het goed weer is, bestaat er voor ons geen Zondag. Elk gestrand schip heeft zoo zn eigen behandeling noodig. Je moet eigenlijk altijd eerst een veldtochtsplan ontwerpen en dan op je menschen kunnen rekenen. Dat gaat best bij ons. Wie bij Dirkzwager is, blijft er. De meeste hebben al dienstkruizen van 25 jaar en meer. Dat geeft vastigheid. (Het zij ons vergund, dat we, toen we zonder patroon, eens op de bergingschepen rondkeken en hier en daar een praatje maakten, overal die goede stemming omtrent "mijnheer Leen", den kantoor-oppergeweldige en "mijnheer Andries", den bedrijfgeweldige opmerkten. Een 63-jarige machinist drukte dit zoo uit: Als je het bij ons niet uithouden kan, ben je geen mensch). Het bergingswerk 't Is een raar bedrijf, dat we hebben, ging Nieman voort. Met dat "no cure no pay" (geen baat geen betaling) speel je je halve leven in een loterij. Zal je er aan beginnen of niet. 't Loopt dadelijk allemaal zoo in de papieren. Met duizend gulden doe je niks, niet tienduizend weinig, met honderdduizend begint 't er een beetje naar te lijken. Weet u wel, dat we zeker een vier ton in die Liberty Glo gestoken hebben. Stel eens dat de kast was blijven zitten. We hadden geen cent gezien. Toch doe ik dat veel liever dan vasten prijs bepalen, Ik heb 't wel met schuiten gehad, die, nadat het afgesproken geld er aan verwerkt was nog bedonderder zaten dan toen we begonnen. — Dat zijn er toch zeker niet veel mijnheer Nieman, waagden wij te vragen. - Nee, niet zoo héél veel glunderde Jan. De Mosel. Ring, ring, ring, trilde de telefoon. Boodschap uit Maassluis, dat de heer Nieman zoo spoedig mogelijk beslist moest komen kijken bij de Mosel, die bij IJmuiden zoo deksels hoog vast zit. 't Zal gebeuren, zei Jan, en hij is met ons om 7 uur vertrokken den volgenden dag. Die Mosel zit heel lam. Daar heb je nu zoon geval van vasten prijs, waar niks an zit. - Heeft u het schip dadelijk gezien" vroegen wij, Nee, zei Jan, ik was er niet bij. En wij meenen, dat hij heel ondeugend in ons gezellige kamerke zolderwaarts keek. Het lamme ding (de Mosel was bedoeld) moet op hoog water wachten, heel hoog water en dan zullen we prooberen, om heel langzaam aan zijn anker met groote lieren af te trekken. Gevaar zit er niet bij. Er zijn voortdurend 4 van onze mannen aan boord die in hun vrijen tijd schietgebedjes doen om mirakel hoog water. (Het Vaderland, 5-5-1920). MOSEL, 11-1911 opgeleverd door Schiffswerft von Henry Koch, Lübeck (209) als MOSEL aan A. Kirsten, Hamburg. 912 BRT. 1 T.E.M. 10 kn. 1-1920 samen met de SAALE achter de sleepboot LÖWER vertrokken van Rotterdam naar Hamburg, 21-1-1920 verbinding gebroken en gestrand bij IJmuiden, 21-1-1920 een poging tot vlot brengen door de sleepboot LÖWER mislukte, 31-1-1920 opdracht tot bergen aan de Nieuwe Berging Mij., 4-2-1920 ankers uitgebracht, 13-2-1920 30 meter richting zee gebracht op de ankers, daarna vlot gekomen en de reis vervolgd. 1935 verkocht aan Fairplay Schleppdamps. Reed. Richard Borchardt, Hamburg, herdoopt ALISA. 1936 verkocht aan Atid Navigation Co. Ltd., Haifa, in beheer bij Barnett Bros. & Borchard Ltd. 1937 verkocht aan Soc. Misr de Navigation Maritime, Alexandria, herdoopt PORT SUDAN. 1940 verkocht aan Alexandria Navigation Co. S.A.E., Alexandria, herdoopt STAR OF MEX. 30-1-1947 tijdens een reis van Haifa naar Kuwait met stukgoed op 2 mijl ten zuiden van Ras al Khabba, Arabië vergaan. De "Liberty Glo" - De bergingstoomer "Volharding" is met een duikblazer naar Ameland geweest om het voorschip van het Amerikaansche stoomschip "Liberty Glo" te onderzoeken. Het bleek, dat genoemd schip niet meer geborgen kon worden, daar het ruim, waarin zich nog een gedeelte der lading bevindt, halfvol zand zit. (Leeuwarder courant, 20-07-1920). De bergingsschepen Noordvaarder en Stier hebben te Terschelling aangebracht 32 vaten olie en 105 vadem ankerketting, welke geborgen waren uit het voorschip van de Liberty Glo bij Ameland. Het achterschip werd

in April reeds geborgen. (Het Vaderland, 3-8-1920). Stoomschip LIBERTY GLO Belangrijke Veiling, De Experts W. OEVERHAUS & ZOON zullen veilen, voor rekening van wien het nader zal blijken aan te gaan, ten overstaan van Deurwaarder en Makelaars. Op Maandag 15 November 1920 en volgende dagen, telkenmale aanvangende 's morgens ten 10 uur in Loods J. Sumatrakade. Is te bereiken per stoomboot van den Havenstoombootdienst, vertrekkende voor het Centraal Station. Stadszijde Oostzijde om 7.30 - 8.45 10.30 - 11.30 - 12.30 uur en uitstappen steiger Oostelijke Sumatrakade. Terugvaart van de Oostelijke Sumatrakade naar het Centraal Station om 9.05 - 11.05 - 12.05 - 1.05 3.05 uur, Loods J is ook per auto of per rijtuig te bereiken, terwijl men, zoo gewenscht, ook van de Gemeente Veren gebruik kan maken, in welk geval uitstappen steiger Westelijke Snmatrakade en deze kade dan geheel afloopen tot loods J (laatste loods links. Manufacturen; Tricotgoederen, waaronder: Mantels, Borstrokken, Pantalons en Combinations voor Dames en Heeren; Dames-Mantels en Costumes; Heeren- en Jongeheeren Overjassen, Jassen en Costumes. Koffie, Thee, Rijst, Meel, Suiker, Cacao, Melk in blik, Conserven, Spek, Vet, Vleeschwaren, Kruidenierswaren enz. enz. Groote partij nieuwe en gedragen Schoenen, Hulshoudzeep, Toiletzeep, Tabak. Vele kavelingen beschadigde Manufacturen en Kledingstukken alles ex bovengenoemd Stoomschip. (74560) TE BEZICHTIGEN: Woensdag 10, Donderdag 11, Vrijdag 12 November 1920, telkens van 10 tot 3 uur en Zaterdag 13 November 1920 van 10 tot 12 uur in Loods J, Sumatrakade, Amsterdam, waar Catalogus tegen betaling verkrijgbaar is. (AH 6-11-1920). LIBERTY GLO: 6-4-1920 gearriveerd op de Nieuwe Waterweg. De toekomst van de Liberty Glo. Naar wij vernemen, is bet deskundig onderzoek van het schip bijzonder goed uitgevallen. Zeer waarschijnlijk zal dan ook nieuw materiaal uit Amerika worden ingevoerd en zal Wilton - hij kan alles, verzekerde een geestdriftig expert te Rotterdam ons - een nieuw voorschip aan het achterschip zetten. Het spreekt, dat Wilton ook het achterschip onder handen zal nemen en den deuk wegwerken. Zooals men weet is de Liberty Glo een standaardschip, zoodat vrij gemakkelijk de gestandaardiseerde onderdeelen uit Amerika kunnen aangevoerd worden. Lukt het de firma Dirkzwager ook het voorschip te lichten, dan zal er vermoedelijk uit Amerika een nieuw achterschip Komen en zullen er een Liberty Glo I en een Liberty Glo II, wier geboortegeschiedenis éénig in de historie is, de zeeën bevaren. (Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad, 15-04-1920). De "Liberty Glo" - De bergingstoomer "Volharding" is met een duikblazer naar Ameland geweest om het voorschip van het Amerikaansche stoomschip "Liberty Glo" te onderzoeken. Het bleek, dat genoemd schip niet meer geborgen kon worden, daar het ruim, waarin zich nog een gedeelte der lading bevindt, halfvol zand zit. (Leeuwarder courant, 20-07-1920).

Bij N.V. Dok & Werf Mij. Wilton-Fijenoord een nieuw voorschip gebouwd met onderdelen van Hog-Island Shipbuilding Yard en in een dok aangebouwd. 12-3-1921 proefvaart (foto, 21-3-1921). 1928 verkocht aan South Atlantic SS. Co. Inc., Savannah, Ga. 1936 verkocht aan South Atlantic SS. Co. of Delaware, Savannah. 1937 verkocht aan American Foreign Steamship Corp., New York. 1947 verkocht aan North Star Navigation Co. Inc., Panama, herdoopt NORTH GLOW. 11-1950 gearriveerd bij Boston Metals Co., Baltimore om gesloopt te worden, gesloopt te Baltimore in 1950. (Foto's: NN/"Bergers van het eerste uur" door J.P.A. Verkley, uitgever: Kon. Scheepsagentuur Dirkzwager B.V.).

ILMA, IMO 9588392, foto: J. Verhoog, 8-12-2015, vanaf Fos sur Mer naar Alexiahaven, Palen 91 met assistentie van de sleepboten SMIT HUDSON, FAIRPLAY-21 en SMIT EBRO. 9-5-2012 contract, gebouwd als VASANT J. SHETH aan Great Eastern Shipping Co. Ltd. 9-5-2012 opgeleverd door Hyundai Heavy Industries Co. Ltd. (2419) als MAERSK ILMA aan Maersk Tankers Singapore Pte. Ltd., Singapore, in beheer bij Nova Tankers A/S en Maersk Tankers A/S. 160.716 GT, 318.477 DWT. 31.640 kW, Sulzer 7RTA82T, HHI Engine & Machinery Div. 11-6-2014 verkocht aan Euronav Tankers N.V., België, in beheer bij Euronav N.V., Antwerpen en Euronav Ship Management N.V., Antwerpen, herdoopt ILMA.

MAERSK TACOMA, IMO 9708617, foto: J. Verhoog, 7-7-2015. 26-8-2013 contract, 29-4-2015 opgeleverd door Sungdong S.B. & Marine Engineering Co. Ltd. (S3075) als MAERSK TACOMA aan Maersk Tankers Singapore Pte. Ltd., Singapore, in beheer bij Horizon Tankers Ltd., Handytankers K/S en Maersk Tankers A/S. 29.445 GT, 49.828 DWT. 7.137 kW, MAN B&W 6G50ME-B9.3, STX Heavy Industries Co. Ltd.

BUNGA KESUMBA, IMO 7377995, foto: TVDZ, 3-5-1979, afgemeerd aan het grote steiger van de Nieuwe Matex te Vaardingen. 31-1-1975 te water, 7-1975 opgeleverd door Mitsubishi H.I. Ltd., Shimonoseki (735) als BUNGA KESUMBA aan Malaysian International Shipping Corp. Berhad, Penang-Maleisië. 18.959 BRT, 10.690 NRT, 29.956 DWT. 170,01 (160,00) x 25,46 x 14,61 x 11,145 meter. 25 ladingtanks, L 35.485 m3. 15,25 kn. 12.000 EPK, 8.952 kW, 6 cyl, 2 tew, 750 x 1550, Sulzer 6RND76, Mitsubishi H.I. Ltd., Kobe.

28-10-1998 gearriveerd op de Johore River en opgelegd. 1999 verkocht voor sloop naar India. 15-6-1999 van Johore River naar India. 1999 verkocht aan Double Splendour Enterprises S.A., St. Vincent, herdoopt COMET P. 1999 verkocht aan Oreda Sg Inc., Panama, in beheer bij Paramar Marine Enterprises Ltd., Limassol, herdoopt PORTOFINO. 15-11-1999 passage Port Said tijdens reis van Karachi naar Rotterdam. 2000 in beheer bij A.P. Maritime Services, Monte Carlo. 2000 in beheer bij Golden Carriers Shipping S.A., Athene. 28-2-2002 (e) verkocht aan Lux Shipmanagement Ltd., Panama, in beheer bij Azure Services Inc., Athene (3FLD9), herdoopt ARMOUR. 28-7-2002 van Abidjan. 28-6-2003 passage Suez tijdens een reis van Griekenland naar India. 2003 verkocht, 6-2003 herdoopt ZOE. 16-7-2003 ten anker bij Alang, 19-7-2003 op het strand gezet om gesloopt te worden. 19-7-2003 (e) aanvang sloop. (Foto: TVDZ, 7-1990).

BRINIO, IMO 5052046, foto: kaart. 17-7-1952 gedoopt BRINIO door de burgemeester en te water gelaten bij N.V. Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander, Delfzijl (192). Bij de tewaterlating van het m.s. Brinio van de werf Gebr. Sander, verrichtte de burgemeester de doopplechtigheid, daar dit het eerste schip is dat in zijn ambtsperiode te water gelaten werd. Het schip werd gebouwd voor rekening van de heren J. de Boer, J.J. Pilon e.a. te Delfzijl. (NvhN, 18-07-1952). 14-10-1952 opgeleverd aan Rederij 'Brinio', Delfzijl, in beheer bij N.V. E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf, Delfzijl voor (aandeelhouders) Jacob Jan Pilon, Jan de Boer (tot 6.7.1954), Eelke Bosma, Antje Bosma, Wolter Jan Kloosterhof en V.o.F. Gebr. Lommerts, Delfzijl. Brandmerk 2749 Z GRON 1952, roepsein PDGX. 346 BRT, 168 NRT, 450 DWT. Grain: 21.750 Cubic Feet, 616 m3, Bale: 21.100 Cubic Feet, 597 m3. 45,06 (41,79) x 7,54 x 2,78 x 2,590 meter. 220 EPK, 4 cyl, 4 tew, 290 x 450, Brons 4ED, N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam. 6-7-1954 aandeelhouders: Jacob Jan Pilon, Eelke Bosma, Antje Bosma, Wolter Jan Kloosterhof en V.o.F. Gebr. Lommerts, Delfzijl.

Groninger coaster aan de grond in Elbe. De ongeveer 400 ton metende kustvaarder BRINIO van rederij J.J. Pilon uit Delfzijl is zondag in de monding van de Elbe aan de grond gelopen. Gisteren is het schip door drie

Duitse sleepboten vlot getrokken. De Brinio was onderweg van IJmuiden naar Zweden met een lading kunstmest. In de Elbemonding liep het schip aan de grond. De bemanning (die ongedeerd bleef) kon bij laag water om het schip heenlopen. De Duitse sleepboot Danzig probeerde de Brinio los te trekken, maar kon het alleen niet klaarspelen. De Danzig kreeg hulp van een andere sleepboot en tenslotte moest er nog een derde aan te pas komen. De Brinio is naar Brunsbüttelkoog gegaan voor duikeronderzoek in verband met het krijgen van een certificaat van zeewaardigheid om de tocht naar Zweden te kunnen voortzetten. De schade is vermoedelijk niet groot. (NvhN 19-05-1959). 11-2-1967 moeilijkheden opgelopen met de keerkoppeling en dreef op 16 mijl ten zuidwest van Hardland Point. De sleepboot "Utrecht" van Wijsmuller maakte vast en sleepte het schip naar Falmouth voor reparatie. 6-6-1969 verkocht aan Albert Brouwer, Meppel, in beheer bij N.V. E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf, Delfzijl. 21-2-1975 verkocht aan Compania Axvro S.A., Panama, roepsein HP2322, in beheer bij J. Vos, Bleiswijk, herdoopt BOEKANIER. 27-1-1979 bij het binnenlopen van Great Yarmouth tegen de pier gevaren en lek geraakt, het schip maakte zoveel water dat het aan de grond gezet moest worden om zinken te voorkomen. 92-1979 na een noodreparatie weer in de vaart gebracht. 1984 thuishaven en vlag: Puerto Cortes-Honduras, in beheer bij Halcyon Shipping Ltd., Great Yarmouth, roepsein HQVW. 1995 verkocht aan Allround Shipping & Trading Inc., Puerto Cortes-Honduras. 1997 verkocht aan Boekanier Shipping Corp., Belize, roepsein V3PP7, herdoopt ATLANTIC STAR. 1997 thuishaven en vlag: Puerto Cortes-Honduras, roepsein HQVI8. 10-1999 thuishaven en vlag: San Lorenzo-Honduras, roepsein HQVI8, herdoopt MISS JOCELINE.
View more...

Comments

Copyright 2017 ECITYDOC Inc.