Laurens Magazine zomer 2016

January 11, 2018 | Author: Anonymous | Category: N/A
Share Embed


Short Description

Download Laurens Magazine zomer 2016...

Description

Zomer 2016

Magazine voor de zakelijke relaties van Laurens

Jaargang 8, nummer 1

mer

themanum

Systeesm versu praktijk

Participatory budgeting maakt opmars Hoe minder regels tot meer regels leiden Wie vult het gat in de stad Rotterdam op? Filosoof Henk Oosterling:

‘In ons eentje bakken we er niets van’

Inhoud 4

Filosoof Henk Oosterling buigt zich over het dilemma van Laurens: zich voegen naar het keurslijf van het wettelijk kader en de ketenafspraken versus doen wat er in de praktijk nodig is. Dat leverde geen klip-en-klare oplossingen op, maar wel een aantal inspirerende bespiegelingen.

8

4

Participatory budgeting, waarbij burgers delen van de overheidsbegroting overnemen, rukt op en is vaak succesvol. Joop Hofman, specialist op het gebied: ‘Burgers kunnen het vaak beter, sneller en goedkoper regelen.’

10

Deregulering leidt door de combinatie met resultaats­ doelstellingen in veel gevallen juist tot méér regels, legt Pauline Westerman, rechtsfilosoof uit. ‘Eigenlijk zouden alle mensen die geconfronteerd worden met een rapportageverplichting moeten zeggen “Krijg de pip, dit doen we niet meer”.’

18

Zorgen voor een partner met dementie is niet altijd gemakkelijk. Toch is het voor steeds meer mensen een realiteit. Ou-

8

10

derenspecialist Betty Birkenhäger startte daarom een wetenschappelijk onderzoek waarbij mantelzorgers en hun partners tijdens een vakantiecursus leren omgaan met dementie.

En verder

7 De wijkverpleegkundige 3.0 14 Revalidatie in Intermezzo Zuid 15 Wie vult het gat in de stad Rotterdam op? 20 Verwijshulp.nl 22 Verzoening zorgdilemma’s 24 In verbinding 26 Laurens Entree 27 Mini-symposium voor tranferverpleegkundigen 27 Op de korrel 28 Laurens & ConForte Als ketencoördinator is het mijn dagelijkse werk om de ketenzorg rond de klant te verbeteren door de juiste mensen bij elkaar te brengen. De ketenafspraken die we daarbij maken hebben, zoals alle systemen, voordelen en beperkingen. Neem de pilot Revalidatie na een blaasverwijdering van het Erasmus MC en Laurens Intermezzo Zuid (zie pagina 12). Dankzij deze ketensamenwerking hoeft de klant minder lang in het ziekenhuis te verblijven en neemt de kans op complicaties enorm af. Een beperking van de afspraak is dat de klant iets minder keuzevrijheid heeft. Maar dat weegt natuurlijk niet op tegen de enorme voordelen van deze ketenafspraak.

18 Een ander voorbeeld waarbij de voordelen van de ketenafspraken in hoge mate op wegen tegen de nadelen is de website Verwijshulp.nl (zie pagina 20). Via Verwijshulp.nl krijgen verwijzers een actueel overzicht van alle intramurale beschikbare bedden in de omgeving. Uniek aan de samenwerking is dat de betrokken organisaties verder kijken dan hun eigen belang – het vullen van hun eigen bedden – en het belang van de patiënt voorop zetten. Voor mij is dat hét voorbeeld van wat ketenzorg moet zijn: altijd doorverwijzen naar de juiste plaats of zorg, ook al is dit soms buiten de eigen organisatie.

 JOHAN DUBBELDAM, ketencoördinator Laurens Noordoever 2

Laurens

Voorwoord

Laurens magazine is een uitgave van zorgorganisatie Laurens. Dit relatiemagazine verschijnt twee keer per jaar en wordt verspreid onder de zakelijke relaties van Laurens. Laurens is de grootste aanbieder van wonen, diensten en zorg voor ouderen in Rotterdam en omstreken. Een sterke, professionele zorgorganisatie met een kleinschalige aanpak, dicht bij mensen in de buurt waar zij wonen. We bieden zorg en dienstverlening die met onze klanten meegroeit, in iedere levensfase. Om optimale ketenzorg te kunnen garanderen, werken wij nauw samen met professionele zorgverleners, ziekenhuizen, welzijnsorganisaties, maatschappelijk werk, woningcorporaties en projectontwikkelaars in de regio. Ook bieden wij diverse vormen van kortdurende, gespecialiseerde zorg, zoals reactiveringszorg en revalidatie. Wat Laurens uniek maakt thuis en in onze locaties is de zeer complexe specialistische zorg in samenwerking met onze ketenpartners. Adviesraad (voor dit nummer) Johan Dubbeldam Arjanne Hoogendoorn Irma Jeremiasse Monique Pantophlet Heleen Post Ids Thepass Samenstelling en redactionele productie De Nieuwe Lijn Bladcoördinatie Trudy van Dijk Vormgeving IJzersterk.nu Fotografie Louis Haagman, Maarten Laupman, Maaike Morsink, Michelle Muus, Hans Oostrum Drukwerk Drukkerij Damen Uitgever Laurens Concernafdeling Marketing & Communicatie Nieuwe Binnenweg 33B/C 3014 GC Rotterdam E: [email protected] W: www.laurens.nl @LaurensZorg (groep) Laurens Rotterdam facebook.com/laurenszorg youtube.com/laurenszorg

Copyright: Niets in deze uitgave mag, op welke wijze dan ook, worden verveel­­voudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. De redactie kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele druk- of zetfouten.

Laten we het onszelf niet zo ingewikkeld maken! Wet- en regelgeving, ketenafspraken. Laurens is er, net als u, onderhevig aan. We werken er aan mee, maar lopen er soms ook tegenaan: het lijkt soms of de leefwereld van de klant en de praktijk ondergesneeuwd raken in systemen. Omdat wij hier als Laurens al langere tijd mee worstelen, besloten we voor ons laatste relatiemagazine eens te onderzoeken hoe anderen systemen ervaren, wat zij voor- en nadelen vinden en hoe zij daarmee omgaan. Dat leidde, ondanks het enigszins zware thema, tot verrassend lichte antwoorden. Joop Hofman, expert op het gebied van burgerbudgetten, legt bijvoorbeeld uit dat burgers prima in staat zijn zelf oplossingen te bedenken. In Hollandscheveld, bij Hoogeveen, zijn van de duizend projecten die via een burgerbudget werden opgestart er maar liefst 998 succesvol. De Rotterdamse filosoof Hans Oosterling benadrukt dat het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat mensen in verbinding met hun omgeving blijven. Hij houdt ons een spiegel voor en zegt: ‘heb je zelf door wat je in je eigen organisatie doet als het gaat om regels en systemen?’

Rechtsfilosoof Pauline Westerman geeft op haar beurt uitleg waarom er zoveel regels lijken bij te komen. En Fons Trompenaars biedt handvatten voor het oplossen van belangrijke dilemma’s in de zorg: het gaat niet om gelijk krijgen, maar om het verzoenen van het dilemma. Deze artikelen hebben me verleid na te denken over mijn eigen blinde vlekken en me doen inzien dat we het onszelf niet zo ingewikkeld moeten maken. Onze reflex en die van beleidsmakers is nog steeds te denken vóór mensen. We vertrouwen – onterecht – niet automatisch op de integriteit van medewerkers en burgers. U en ik moeten het lef hebben dat vertrouwen in eigen oplossingsvermogen te hervinden en klanten en burgers te vragen wat zij als oplossing zien. Er zit zoveel oplossend vermogen bij mensen zelf. Ik schreef het al aan het begin: dit is ons laatste gedrukte relatiemagazine. Voortaan informeren we u digitaal over ons werk en wat ons bezig houdt. Want vanzelfsprekend blijven we graag mooie ervaringen en interessante opinies met u delen. Volg ons alvast op social media!



Ids Thepass voorzitter Raad van Bestuur Laurens [email protected]

Mail naar [email protected], deel uw ideeën in de Laurens LinkedIn (groep) Laurens Zorg en reageer op ons via Twitter via @LaurensZorg.

Laurens

3

Regels, muren, bureaucratie. Henk Oosterling laat zich er niet door weerhouden om te doen waarin hij gelooft: kinderen en andere mensen leren wat samen leven en samen werken betekent. ‘Wij mensen zijn knooppunten in netwerken. Dat brengt afhankelijkheid en verantwoordelijkheid met zich mee. En het vraagt om échte interesse.’

‘In ons eentje

bakken we er niets van’

‘Ja ik ben filosoof hoor, ik kom nu eenmaal niet met pasklare antwoorden en oplossingen’, verontschuldigt Henk Oosterling zich meerdere malen tijdens het interview. Een filosoof is hij zeker, maar bepaald geen huiskamergeleerde. Door zijn aderen stroomt Rotterdams bloed; hij houdt van aanpakken. Van ‘doendenken’ zoals hij zelf zegt. Velen kennen hem als grondlegger en directeur van Rotterdam Vakmanstad, een initiatief waarmee kinderen en jongeren binnen het basisonderwijs en het vakonderwijs skills leren om op een goede manier deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast doceert hij al ruim dertig jaar filosofie aan de Erasmus Universiteit, schreef meerdere boeken over een breed scala aan onderwerpen en levert op alle mogelijke manieren een bijdrage aan het sociaalmaatschappelijk-culturele leven en debat in Rotterdam en daarbuiten. In 2008 ontving hij daarvoor de Laurenspenning en in 2013 de Van Praagprijs van het Humanistisch Verbond. Oosterling is een veelzijdig mens. En ook al vindt hij zichzelf niet deskundig op het gebied van de gezondheidszorg en de daar geldende wet- en regelgeving, zijn denkbeelden en analyses strekken zich uit over het hele maatschappelijke leven van moderne individuen. Dus ook over de zorgsector. Want ‘alles’ hangt met ‘alles’ samen in zijn optiek.

4

Laurens

Wij vroegen hem naar zijn drijfveren en aanpak en hoe hij omgaat met regels, procedures en andere obstakels. Ook vroegen wij hem zijn licht te laten schijnen over het dilemma van Laurens: zich voegen naar het keurslijf van het wettelijk kader en de ketenafspraken versus doen wat er in de praktijk nodig is. En inderdaad. Dat leverde geen klipen-klare oplossingen op, maar wel een aantal inspirerende bespiegelingen. 1. Het autonome individu is passé ‘We zien onszelf en anderen graag als autonome mensen die hun leven zelfstandig vormgeven. Dat is ook in de zorg nog altijd het dominante mensbeeld: het doel is dat de cliënt zolang mogelijk zelfredzaam blijft en zijn eigen leven leeft. Maar dit mensbeeld is passé. In werkelijkheid zijn wij relationele wezens. Individuen functioneren als knooppunten in sociale netwerken. Ik noem dat interesse: we zijn (esse) tussen (inter) anderen. Niet wat er in mensen zit is essentieel, maar wat er tussen mensen gebeurt. Dit heeft consequenties voor onze omgang met mensen die zorg nodig hebben. We moeten ervoor zorgen dat zij aangesloten blijven, dat zij in contact kunnen blijven met sociale netwerken. Mensen zijn niet alleen fysiek met elkaar verbonden, maar steeds vaker ook virtueel. Ict is toenemend belangrijk om te zorgen dat mensen aangehaakt blijven in de netwerksamenleving.’

2. Zorg vanuit interesse ‘Zorg ontstaat niet vanuit een systeem, maar is verankerd in de interesse voor de ander. Échte interesse onttrekt zich aan alle regels en bureaucratie. Vragen hoe het met iemand gaat omdat het in het handboek staat, is een formaliteit als je niet echt geïnteresseerd bent in het antwoord. Kijk naar iemands leven, wat staat er in zijn huis, wat hangt er aan de muur, wie komt er op bezoek? Luister naar zijn verhaal en probeer verbinding te maken. Pas dan kun je iemand hulp bieden waar hij wat aan heeft. Vanuit de optiek dat een mens een relationeel wezen is, mag duidelijk zijn dat zorg en zorgbeleid vooral gericht moeten zijn op het herstellen of versterken van sociale netwerken rondom personen. Je kunt iemand een rollator geven. Of je kunt ervoor zorgen dat mensen een relatie aan kunnen gaan of onderhouden met anderen. Ik denk dat dat laatste beter werkt. In ons eentje bakken we er niks van. Oplossingen komen niet uit een enkel individu maar uit sociale netwerken.’ 3. Geen schadelast maar wederkerigheid ‘Laurens wil zich aan regels, kaders en ketenafspraken houden en tegelijkertijd doen wat vanuit de praktijk nodig is. Of dat een dilemma is, weet ik niet. Dat het fricties geeft, kan ik me voorstellen. Mensen worden gek van alle proto-

‘Mensen worden gek van alle protocollen en registraties’

collen en registraties. Dat zie je overal: bij de politie, in het onderwijs en dus ook in de zorg. Een derde van hun tijd besteden ze eraan. Tijd die ze liever aan de begeleiding van mensen willen besteden. Onze samenleving is steeds meer een risicosamenleving geworden waarin we alle risico’s afdekken met verzekeringen. Het zelfverzekerde leven noem ik dat. Het maakt dat we ‘van de verzekering zijn’ en al de regeltjes van de verzekeraar moeten volgen. Dat geldt zeker ook voor de zorg. En alles wat de particuliere verzekering niet dekt maar collectief via de belastingen betaald wordt, besteedt de overheid vervolgens particulier aan. Zoals de uitvoering

van de Wmo. We dachten door marktwerking toe te laten dat we betere en goedkopere zorg zouden krijgen. Maar de zorg is duurder en de regelgeving is toegenomen. Wat we daartegen moeten doen? Ik heb geen concrete oplossing. Maar we moeten wel beseffen dat mensen die zorg nodig hebben geen schadepost voor de verzekering zijn. Het is een verantwoordelijkheid van de samenleving. Je kunt niet alles via de markt oplossen. We leven samen met anderen en zijn wederzijds afhankelijk van en verantwoordelijk voor elkaar. Die wederkerigheid moet terug in het samenleven, bijvoorbeeld in de vorm van mantelzorg.’

4. Samenwerken is beter dan concurreren ‘Behalve de regels van de zorgverzekeraars en de registraties voor de overheid heeft de zorg te maken met concurrentie en schotten. Zorgaan­ bieders concurreren elkaar kapot en elk domein wordt door een andere wet en financieringsstroom gedekt. Wat voor mensen geldt, geldt evenzo voor organisaties. Ook zij functioneren in netwerken en door samen te werken kunnen organisaties een synergie en daadkracht ontwikkelen die ze afzonderlijk kunnen bereiken. Ik ervaar dat dagelijks in mijn eigen praktijk. lees verder op pagina 6 ➔

Laurens

5

Met Rotterdam Vakmanstad werk ik samen met woningcorporaties, onderwijs- en zorginstellingen vanuit de gedachte dat samenwerken beter is dan concurreren. Zo verbinden we basisscholen in Rotterdam Zuid, waar we de sociale kracht van kinderen versterken, met de gezinsondersteuning van bijvoorbeeld Bureau Frontlijn en het werk aan een groene, gezonde stad van Creatief Beheer. Dat levert een integrale ketenaanpak op waarin ruimte ontstaat voor innovatie. Dat moet met zorg ook kunnen. Zoek aansluiting bij onderwijs, samenlevingsopbouw, gebiedsontwikkeling. Dan komen verschillende kapitaalstromen bij elkaar en kunnen muren geslecht worden.’ 5. Kijk naar je eigen bureaucratie ‘Bij bureaucratie wijzen we doorgaans altijd eerst naar anderen: naar ‘het systeem’ of de overheid. Maar grote organisaties hebben ook hun eigen bureaucratie. Dat maakt het werk ogenschijnlijk makkelijker. Je kunt vaste procedures volgen, er is weinig creatief denkwerk nodig en verantwoordelijkheden zijn verspreid. Mensen kunnen echter moeilijker direct

6

Laurens

aangesproken worden op de dingen die misgaan. Vooral organisaties met een hiërarchische structuur – de topdown piramides – hebben baat bij bureaucratische procedures. Als bureaucratie de oorzaak is van problemen in de uitvoering, pak dan eerst je eigen bureaucratie aan. De kunst is om zulke hiërarchische piramides open te breken en de verborgen netwerken zichtbaar te maken. Zo wordt het een lerende organisatie waarin ideeën vrij kunnen stromen’. 6. Van een hiërarchische naar een lerende organisatie ‘Elke organisatie heeft strategische visie, tactische samenhang en operationele focus nodig. Bij piramidevormige organisaties bevindt de visie zich op bestuursniveau en is er op de werkvloer nauwelijks zicht op het grote verhaal. Hier is circulaire verbinding van belang. Hoe zorg je ervoor dat alle medewerkers zich betrokken blijven voelen en naar vermogen kunnen bijdragen aan dat grote verhaal en bestuurders weten wat er op de werkvloer nodig is? Dat vraagt om transparante communicatie door managers en om meer reflecte-

rend vermogen bij de zorgprofessionals. Zo wordt een piramide een lerende, decentrale organisatie. Topdown of bottomup is niet relevant. Het gaat erom dat denkbeelden, ervaringen en inzichten circuleren via feedback loops, zodat de hele organisatie ervan kan profiteren.’ 7. Hoezo muren? ‘Of ik zelf wel eens tegen een muur aanloop? Ach, wat is een muur? Vroeger had je de Berlijnse Muur, maar zelfs die is gevallen. Een muur is een verouderde metafoor. Ik zie de samenleving als een samenspel van sociale netwerken. Alles is met alles verknoopt. Zo kun je overal komen.’ •

‘Kijk naar iemands leven, wat hangt er aan de muur, wie komt er op bezoek?’

In Rotterdam zijn de taken van wijkverpleegkundigen nu nog opgesplitst. De wijkverpleegkundigen 3.0 van Laurens combineren deze taken binnen de eigen functie.

Caroline van Turnhout en Johan Leenders:

‘Het voelt goed ons werk in de volle breedte te kunnen uitvoeren!’ ‘Soms kom je bij een klant om een wond te verzorgen en zie je direct dat er meer aan de hand is. Het huis is bijvoorbeeld vervuild of je merkt dat de klant erg eenzaam is. Eerder konden we daar weinig mee, omdat zogenaamde ‘niet-toewijsbare’ zorg niet bij onze taken hoort. Binnen onze nieuwe rol kunnen we zelf ‘s middag nog even langsgaan bij zo’n klant. Zo kunnen we met de klant bespreken waar hij tegen aanloopt en hoe wij hem kunnen ondersteunen om dat op te lossen’, zegt wijkverpleegkundige Johan Leenders. ‘Als wijkverpleegkundige 3.0 kunnen we ons werk kortom in de volle breedte uitvoeren. Dat voelt goed.’ ‘De

nieuwe manier van werken is veel meer in lijn met ons beroep’, vult collega Caroline van Turnhout aan. ‘Het is voor verpleegkundigen heel logisch om niet alleen zorg te verlenen, maar zich ook te richten op signalering en preventie.’ Wijkplan Een van de taken van de wijkverpleegkundigen 3.0 is een wijkplan te maken. Van Turnhout legt uit waarom: ‘Er zijn in Overschie veel eenzame bewoners. Ook komen chronische ziektes bovengemiddeld veel voor. Daarnaast zijn de inkomens hier laag en wonen veel ouderen in woningen die voor hen minder geschikt zijn.

Daar willen we samen met de gemeente en welzijnsorganisaties wat aan doen.’ Leenders: ‘In andere steden zie je dat bij vergelijkbare projecten de gezondheid van bewoners toeneemt en dat de zorgkosten afnemen. Wij hopen dat voor Overschie ook te kunnen bereiken.’ •

De pilot Wijkverpleegkundige 3.0 loopt het hele jaar 2016. Bij succes gaan in 2017 alle wijkverpleegkundigen van Laurens op deze manier werken. Binnen de pilot werken inmiddels meerdere wijkteams in Overschie, Lansingerland en Barendrecht. Laurens 7

Participatory budgeting:

‘Burgers kunnen het vaak beter, sneller en goedkoper regelen’ Als burgers delen van overheidsbegrotingen mogen overnemen, loopt dat dan wel goed af? In de gevallen die tot nu toe bekend zijn wel. Participatory budgeting, zoals de Engelse term luidt, is overgewaaid uit Brazilië en flink in opmars. Ook een aantal Nederlandse gemeenten profiteert van de directe inbreng van burgers. Is het revolutionaire systeem ook voor zorgbudgetten geschikt? Joop Hofman, specialist op het gebied van participatory budgeting, geeft

Joop Hofman heeft zich de afgelopen dertig jaar in verschillende steden en dorpen beziggehouden met burgerparticipatie in wijken en gemeenschappen. De centrale vraag was vaak: hoe kun je goede initiatieven en wijkontwikkeling van de grond krijgen? Inmiddels heeft hij een aantal modellen en varianten voor burgerparticipatie in Nederland en Vlaanderen ontwikkeld en ingevoerd. Hofman, van oorsprong opbouwwerker, is directeur van participatiehuis Rode Wouw en schreef twee boeken over participatory budgetting.

zijn visie. Ambities waarmaken Voor een opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken reisde Hofman af naar Brazilië. ‘Participatory budgeting heeft daar zijn wortels. Het ministerie vroeg mij te onderzoeken of het systeem van burgerbegrotingen kans van slagen

8

Laurens

‘Van de duizend projecten die er tot nu toe zijn gestart, zijn er slechts twee mislukt’

zou hebben in Nederland. Ik kwam terecht in de probleemwijken van Porto Alegre, waar zich een razend interessant proces afspeelde. Bewoners bepalen daar waar het gemeentegeld aan wordt besteed. Het gaat de mensen vooral om het zelf maken van beleidskeuzes en het kunnen waarmaken van hun ambities. Het geld is niet het doel, maar een hulpmiddel. Elk jaar zit het stadion van Gremio in Porto Alegre vol met 30.000 burgers die meedoen aan de burgerbegroting. De gekozen burgemeester wilde met transparante begrotingen een einde maken aan de corruptie. De Europese motieven liggen op een ander vlak. Hier wil men de democratie vitaliseren en de koof tussen overheid en burgers dichten.’ Balanceren Om zo’n proces te laten slagen moeten gemeenten een stukje van hun macht afstaan en regels versoepelen. ‘Dat is bijvoorbeeld met succes gebeurd bij de

wederopbouw van de door de vuurwerkramp verwoeste wijk Roombeek in Enschede. Bewoners kregen veel invloed en nieuwe ideeën en visies waren welkom. Voor de gemeente was het balanceren op een dun koordje. Aan de ene kant versoepel je de regels om de opbouw te versnellen, aan de andere kant kon de vuurwerkramp zich voltrekken, juist omdat de regels niet werden gehandhaafd. Ik merk dat veel wethouders – vooral in de grote steden – burgerbegrotingen nog wat te ‘exotisch’ vinden. Maar gemeenten als Antwerpen, Breda, Oldebroek en Hoogeveen zijn inmiddels succesvol op dit gebied.’ Competitie-element Waarom zijn burgers zo sterk genegen om die begrotingen zelf te regelen? Zij hebben toch volksvertegenwoordigers gekozen om dit voor hen in goede banen te leiden? Bovendien was de opkomst van het laatste referendum ook maar net boven de dertig procent. Hofman: ‘Maar hier gaat het niet om een vaag associatieverdrag met Oekraïne, het gaat om hun eigen wijk! Burgers zijn ervan overtuigd dat ze beheer en onderhoud van wegen en openbaar groen, maar ook zorg- en veiligheidszaken beter, goedkoper en sneller kunnen regelen. Gemeentes bedenken oplossingen, maar het is niet gezegd dat daarmee ook de vraag die leeft in de samenleving wordt beantwoord. Ook de verhouding tussen burgers en overheid wordt met deze aanpak helderder. Bovendien zie je dat burgers er lol in hebben om zaken beter, goedkoper en sneller te regelen dan de gemeente. Een competitieelement ervaar ik vaak wel.’ Centrale rol in de wijk ‘Weet je overigens wat de Antwerpse burgers op nummer één van hun prioriteitenlijst hebben gezet? Huiswerkbegeleiding. Inderdaad verrassend. Langer thuis wonen, staat er op nummer twee. Burgers vonden dat daarvoor twaalf keer zoveel geld nodig was als de gemeente ervoor had gereserveerd. De burgers richtten zelf een

zorgcoöperatie op, waarbij ze met de zorgorganisatie en een verzekeraar, en met een netwerk van betrokkenen, zelf de zorg organiseren die er nodig is. De gemeente laat taken en bevoegdheden los en wordt meer een partner aan de zijlijn en de zorgorganisatie neemt een centrale rol in de wijk voor zijn rekening.’ Geen slechte score In Hollandscheveld, bij Hoogeveen, heeft de gemeente ook een deel van zijn begroting uit handen gegeven. Burgers draaien er tweehonderd projecten per jaar. ‘Van de duizend projecten die er tot nu toe zijn gestart, zijn er slechts twee mislukt. Geen slechte score’, vindt Hofman. Ook in twee dorpen in de gemeente Oldebroek is het ‘burgerbegroten’ ingeburgerd en tijdens een evaluatie zeer succesvol bevonden. Bewoners hebben veel voor elkaar gekregen – groenonderhoud, hanging baskets (hangende plantenbakken) en retro-lantaarnpalen, en ook de kwaliteit van de oplossingen blijkt prima. Daarnaast zijn de verhoudingen tussen burger en de gemeente verhelderd. ‘Over de vraag of het instrument Burgerbegroting juist is, bestond nog wat discussie’, weet Hofman. ‘Het is voor een gemeente nog veel werk om een gemeentelijke begroting om te rekenen naar wijkniveau.’ Voordeel zorgpartijen Het fenomeen ‘burgerbegroting’ rukt dus op en is vaak succesvol. Hofman: ‘Je ziet dat burgers steeds meer terreinen gaan verkennen. Ook zorgbudgetten worden vaker – gedeeltelijk – overgenomen. Het gaat vaak om basiszorgvoorzieningen. Daarnaast zie je dat steeds meer zorgpartijen die deze burgerinitiatieven steunen hun voordeel doen met het systeem van burgerbegrotingen, zoals in het Limburgse Koningslust. Daar regelen bewoners zelf de dagbesteding. Het resultaat? Meer uren, meer inwoners die meedoen en een hogere kwaliteit tegen de helft van de kosten.’ •

Laurens

9

‘Een nadeel van deregulering is dat het vaak juist tot méér regels leidt’, stelt hoogleraar rechtsfilosofie Pauline Westerman. Ze legt uit hoe dit komt en waarom een weg terug niet zo makkelijk is. ‘Doelen staan tegenwoordig centraal en alles moet meetbaar zijn.’

Minder regels

= méér regels

‘De drang naar het meten van resultaten is iets van de afgelopen decennia’, vertelt Pauline Westerman. ‘Vroeger ging het er vooral om dat je niets verkeerd deed. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hield zich bijvoorbeeld bezig met de vraag of de afstand tussen ziekenhuisbedden voldoende was en of het eten in ziekenhuis goed was. Daar konden geen misverstanden over bestaan. Tegenwoordig houden we ons bezig met het behalen van doelen en resultaten en het doen van verslag hierover. Zelfs aan jongvolwassenen is de vraag “waar zie je jezelf over vijf jaar?” tegenwoordig heel normaal. Lastig is echter dat doelen en resultaten voor verschillende interpretaties vatbaar zijn. Daardoor ontstaat de situatie dat als je taken decentraliseert en daarbij doelen stelt, de bestuurslagen eronder die doelen omzetten in werkbare regels. Zo ontstaan er juist méér regels.’

10 Laurens

Nieuwe regels op elk niveau Westerman is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, directeur van de Groningen Graduate School of Law en staflid van de Academie voor Wetgeving in Den Haag. Ze schrijft momenteel bovendien een boek over het onderwerp goal regulation dat in 2018 verschijnt. Westerman vertelt dat je decentralisering in combinatie met het stellen van resultaatsdoelstellingen terugvindt in alle sectoren. ‘Iedereen is bezig verantwoording af te leggen. Dat begint meestal op EU-niveau. De EU stelt bijvoorbeeld resultaatsdoelstellingen op voor de lidstaten met betrekking tot een schoon milieu. Vervolgens bepalen de lidstaten nadere regels en decentraliseren de verantwoordelijkheden hiervoor naar toezichthouders en vragen hen hierover te rapporteren. Zij stellen op hun beurt nieuwe doelen op, decentraliseren de verantwoordelijk-

heid hiervoor en vragen ook erover te rapporteren. Zo worden op elk niveau nieuwe regels toegevoegd en ontstaan bijvoorbeeld ook de certificaten die instellingen moeten of willen behalen om aan te tonen hoe goed ze zijn.’ Omslag De omslag naar resultaatsgericht denken vond plaats in de jaren negentig. In de zorg is daarvoor de invoering van Kwaliteitswet Zorginstellingen in 1996 tekenend. Westerman: ‘De circa vijfhonderd regels waar ziekenhuizen daarvoor aan moesten voldoen, werden vervangen door een wet die ongeveer een A4-tje beslaat. De Kwaliteitswet verplicht instellingen in Nederland om verantwoorde zorg te bieden en de kwaliteit van de zorg systematisch te bewaken, beheersen en verbeteren. De term ‘verantwoorde zorg’ leidt tot vaagheid en vraagt om specificaties waardoor juist meer regelgeving is ontstaan.’ Westerman die destijds aanwezig was bij de herinnert zich hoe blij VWS met de wet was, omdat er zoveel regels waren geschrapt. ‘Toen heb ik al gezegd “heeft u wel in de gaten tot hoeveel regelgeving dit zal leiden die op andere plekken moet worden opgesteld”. Bijtende regels Bijkomend probleem is dat de eigen regels die gremia maken vaak niet goed met elkaar te rijmen zijn. Ze noemt een voorbeeld uit Zweden, waar een van haar promovendi onderzoek deed naar de gevolgen van doelregulering in de ouderenzorg. ‘Hier stelde de arbeidsinspectie een aantal regels op om te voldoen aan verplichtingen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Gevolg was dat daardoor een bepaalde groep patiënten niet meer geholpen kon worden. In dat geval ‘bijten’ regels aan de arbeidskant dus de plicht goede zorg te verlenen. Als je dit soort zaken centraler regelt, kun je dit voorkomen. Een wetgever kijkt ook altijd hoe regels zich verhouden tot bestaande regels.

‘Krijg de pip, dit doen we niet meer. Laat ons gewoon ons werk doen’

Voordelen ‘Resultaatsdoelstellingen opstellen heeft overigens zeker niet alleen nadelen’, benadrukt Westerman. ‘Tegenover de toename van regels staat dat er een aantal zaken verbeterd is.’ Er is meer transparantie en controle op kwaliteit gekomen. Dat moet je niet uitvlakken. Dat merk ik ook in mijn eigen vakgebied: vroeger werkten hier ook ‘wetenschappers’ die nooit promoveerden. Dat kan tegenwoordig niet meer: je moet nu binnen drie of vier jaar promoveren.’

Dit doen we niet meer Een directe oplossing voor de negatieve gevolgen van deregulering ziet Westerman niet direct. ‘Overall zou het goedkoper zijn als de overheid de decentralisatie terugdraait. Dat zie ik echter niet zo snel gebeuren. Het centrale niveau in Den Haag wint natuurlijk enorm bij deregulering. Zij decentraliseren en wijzen kleinere budgetten toe, maar vragen wel om verslag. Alle voordelen zijn daardoor voor hen.’ Als je de rapportage­ verplichting zou verlichten, zou dat

wel enorm schelen. Eigenlijk zouden alle mensen die geconfronteerd worden met een rapportageverplichting moeten zeggen “Krijg de pip, dit doen we niet meer. Laat ons gewoon ons werk doen.” Maar wie start daarmee? Alle lagen rapporteren aan de laag er boven. Personeelsleden aan het management of de directie. Een instelling als Laurens aan de IGZ, de IGZ aan minister Schippers. Doe je het niet dan ben je je naam of erkenning kwijt.’ •

Laurens 11

Erasmus MC en Laurens Intermezzo Zuid starten pilot

Revalidatie na blaasverwijdering Laurens Intermezzo Zuid en het Erasmus MC Kanker Instituut zijn samen gestart met een pilot voor blaaskankerpatiënten van wie de blaas is verwijderd. Eén week na de operatie gaan patiënten naar het nieuwe Rotterdamse revalidatielocatie, waar ze verder kunnen aansterken. ‘De eerste ervaringen zijn positief’, zegt Joost Boormans, uroloog in het Erasmus MC Kanker Instituut en hoofd van het Blaaskankercentrum.

Jaarlijks ondergaan zo’n 35 patiënten met een tumor in de blaaswand een radicale blaasverwijdering (cystectomie) in het Erasmus MC Kanker Instituut. ‘Het is een zware en complicatie­ gevoelige ingreep’, vertelt Joost Boormans, uroloog in het Erasmus MC Kanker Instituut en hoofd van het Blaaskankercentrum. Bij mannen wordt ook de prostaat verwijderd en in enkele gevallen de plasbuis. Bij vrouwen verwijdert de uroloog de blaas en plasbuis en soms ook de baarmoeder en een klein stukje van de schedevoorwand. Boormans: ‘De meeste van deze patiënten zijn 65-plus en hebben vaak andere aandoeningen zoals harten vaatziekten. Dat alles maakt de operatie en herstelperiode daarna voor veel patiënten heel pittig, zowel fysiek als emotioneel. Buiten dat bestaat nog het risico op postoperatieve compli­ caties, zoals infecties en problemen met

‘Een zorgtraject als dit kun je alleen aangaan als je vertrouwen hebt in elkaars professionaliteit.’

12 Laurens

stoma’s en katheters. Om die te voorkomen is goede nazorg cruciaal, vooral in de eerste twee weken na de operatie.’

enkele intensieve gesprekken, ook met de mensen van de werkvloer, besloten we de samenwerking aan te gaan.’

Nazorg verbeteren Tot voor kort gingen deze patiënten één tot twee weken na de operatie naar huis, om daar verder te worden verzorgd door wijkverpleegkundigen en thuiszorgpersoneel. ‘En daar ging het nog wel eens mis’, vertelt de uroloog. ‘Onder meer vanwege het kleine aantal patiënten met urine-afleidingen is het voor zorgverleners aan huis lastig om routine op te bouwen en goede nazorg te bieden, zo is onze ervaring. Soms wordt er daardoor te laat aan de bel getrokken bij complicaties, waardoor we nogal eens te maken krijgen met niet-geplande heropnames. Erg vervelend. Allereerst voor de patiënt zelf natuurlijk, maar ook voor de familie en zorgverleners in kwestie.’

Voorbereiding Als patiënten na hun operatie zijn overgebracht naar de nieuwe revalidatielocatie in Rotterdam-Zuid volgen zij een revalidatieprogramma op maat. Dit gebeurt onder begeleiding van een deskundig en gespecialiseerd zorgteam.

Om het percentage postoperatieve complicaties en het aantal nietgeplande heropnames terug te dringen, ging het Blaaskankercentrum op zoek naar één exclusieve partij die nazorg na cystectomie kon bieden. ‘Door met één professionele partner te werken, kunnen we de nazorg beter organiseren, structureren en controleren’, zegt de uroloog. ‘We kwamen uit bij Laurens. Zij zijn ervaren in het bieden van oncologische revalidatie. Daarnaast werken onze collega’s van de afdeling gynaecologie al jaren naar tevredenheid samen met Laurens op het gebied van revalidatiezorg aan patiënten die een vulvectomie hebben ondergaan. Na

Voorafgaand aan de pilot volgden de gespecialiseerde verpleegkundigen van Laurens Intermezzo Zuid een serie klinische lessen van Erasmus MC over blaaskankerverwijdering en de nazorg ervan, onder meer over wond- en stomaverzorging. Daarnaast bezoekt de oncologisch verpleegkundige van het Blaaskankercentrum de patiënt minimaal één maal op de revalidatielocatie. Zij beantwoordt vragen van patiënt en medewerkers, en begeleidt zo nodig de stomazorg en/of verzorging van de nieuwe blaas. ‘Daarnaast is er bij ons 24 uur per dag een uroloog bereikbaar’, vertelt Boormans. ‘Tussentijds- en spoedoverleg is dus altijd mogelijk. En ikzelf blijf medisch eindverantwoordelijk tijdens de revalidatieperiode bij Laurens.’ Eerste ervaringen Boormans: ‘Er zijn nu (eind april, red.) zeven patiënten die het nazorgtraject bij Laurens hebben gevolgd. De eerste ervaringen zijn positief. Geen van de zeven patiënten kreeg een acute complicatie tijdens het verblijf in

Intermezzo Zuid waardoor ze terug moesten naar het ziekenhuis voor een opname. Enkele patiënten vonden de setting wel wat confronterend. Als je thuis wordt verzorgd ben je de enige die revalideert. In een revalidatielocatie ben je omringd door andere revalidanten. Toch waren alle patiënten te spreken over de geboden zorg. Het gevoel in goede handen te zijn woog voor hen het zwaarst.’ Tussentijdse evaluatie Zodra tien patiënten gerevalideerd hebben bij Intermezzo Zuid, gaan het Blaaskankercentrum en Laurens de pilot tussentijds evalueren. ‘Afspraak is dat zowel wij als de collega’s van Laurens zich kunnen terugtrekken als de samenwerking onverhoopt toch niet bevalt’, zegt Boormans. ‘Maar daar ziet het voorlopig niet naar uit. Wij zijn hier beiden vol vertrouwen ingestapt en hebben een uitgebreide en intensieve voorbereidingsperiode achter de rug. Dat kan ook niet anders. Het gaat om kwetsbare patiënten. Een zorgtraject als dit kun je alleen aangaan als je vertrouwen hebt in elkaars professionaliteit.’ Opnameduur terugdringen Op termijn wil het Erasmus MC met dit traject ook de opnameduur van blaaskankerpatiënten in het ziekenhuis terugdringen. Steeds meer ziekenhuiszorg verplaatst zich naar buiten, de pilot sluit aan bij die ontwikkeling. ‘De kwaliteit van zorg voor elke individuele patiënt blijft altijd voorop staan’, zegt Boormans. ‘Wij geven de zorg pas uit handen als wij denken dat het kan.’ •

Laurens 13

Wat betekent revalideren na een blaasverwijdering in de praktijk? Jacques Plouvier (68) neemt deel aan de pilot en vertelt over zijn ervaringen bij Laurens Intermezzo Zuid.

‘De sfeer is gemoedelijk, je bent hier één van de groep.’ ‘Afgelopen maart ontdekte ik bloed in mijn urine. Er bleek een tumor in mijn blaas te zitten en het advies was een blaasverwijdering. Vervolgens kon ik kiezen tussen een stoma of een neoblaas. Ik hikte aan tegen het idee om een stomazakje te dragen. Het zal vast snel wennen, maar het lijkt me hinderlijk. Vooral ook omdat ik graag verre reizen maak, die ik combineer met mijn passie voor fotografie. Een neoblaas maken ze uit een stuk dunne darm die ze aansluiten op de plasbuis, zodat je weer normaal kunt plassen. Daar heb ik voor gekozen.

14 Laurens

Ik zou een week in het Erasmus MC-Daniel den Hoed Oncologisch Centrum blijven, maar door een terugval werd het twee dagen langer. Toen verhuisde ik naar Intermezzo Zuid. Bij Intermezzo werd ik hartelijk ontvangen. De locatie is prachtig ingericht en ik kan de mooie foto’s aan de muren zeker waarderen. Ook de kamer is luxe, het lijkt meer op een hotel dan op een zorginstelling. Inmiddels kan ik mezelf bloedverdunnende medicatie toedienen met een injectienaald en mijn nieuwe blaas zelf spoelen. Spoelen moet omdat in

het stuk darm nog steeds darmslijm wordt aangemaakt. Bij Intermezzo Zuid hebben ze mij geleerd hoe ik deze medicatie zelf kan toedienen. Over een tijdje houdt dat vanzelf op. Ik moet nog leren hoe ik mezelf moet katheteriseren voor als er een restant urine in de blaas achterblijft. Dat gaan we oefenen als ik terugkom voor controle. Ook moet ik nog flink aan de fysiotherapie voordat het allemaal weer goed functioneert. Ik eet in het restaurant of samen met mijn bezoek in het café of in de tuin. De medewerkers zijn reuzevriendelijk. Ze spreken je aan bij je naam en hebben voor iedereen aandacht. Door de gemoedelijke sfeer is niemand hier een eenling, je bent één van de groep.’ •

Wie vult ‘het gat’ in de stad Rotterdam? Onder druk van bezuinigingen is er een einde gekomen aan de verzorgingsstaat. De overheid, woningcorporaties en zorgorganisaties trekken zich steeds verder terug. Zo ontstaat ‘een gat in de stad’. Wat zijn de gevolgen? Wie springen hier in? En welke nieuwe rollen pakken Laurens en Laurens Wonen, de gemeente en burgers hierin?

Carolien Vermaas, directeur Laurens Wonen en Laurens Vastgoed

‘Kijken wat er nog wel mogelijk is’ ‘Laurens Wonen maakte onlangs bekend dat het de restaurants in haar seniorencomplexen anders gaat opzetten. Door de nieuwe Woningwet valt deze dienst straks buiten ons takenpakket. De ophef die dit nieuws veroorzaakte bij veel bewoners was ongekend. Maar, hoe spijtig het ook is, er is geen geld meer voor veel extra’s. Niet bij burgers, niet bij corporaties en niet in de zorg. De gasbel in Slochteren, waar we als samenleving decennialang van konden profiteren, raakt op. Het lijkt erop of dat dit besef nog niet bij iedereen is doorgedrongen. Maar dit is de nieuwe werkelijkheid. We moeten terug naar de basis. En burgers mogen daarbij meer verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Bij Laurens en Laurens Wonen snijden we onze dienstverlening al enkele jaren toe op de nieuwe situatie. Een deel van onze woonzorglocaties hebben we inmiddels gesloten. De locaties die we wel openhouden, vormen we om tot nieuwe plekken waar alleen klanten met de zwaarste zorgpakketten voor in aanmerking komen. Daarnaast experimenteren we ook met nieuwe woonvormen, zoals op onze locatie Simeon & Anna in Rotterdam-Zuid. De bestaande woonzorglocatie vormen we om naar een buurtgerichte community waar jongere en oude bewoners zich een deel van hun tijd inzetten voor elkaar. Daarnaast stimuleert Laurens ouderen zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, en begeleiden we hen daar zo goed mogelijk bij, onder meer met behulp van nieuwe zorgtechnologische oplossingen. Het ‘gat in de stad’ dat ontstaat als gevolg van de transitie in zorg en welzijn, moeten klanten en maatschappij grotendeels zelf opvullen. Dat vraagt om een mentaliteitsverandering van ons allemaal. Van klanten zelf, van hun omgeving en van zorg­ professionals. Ouderen moeten meer zelf de regie gaan nemen. Dus zelf die monteur bellen als een van de liften in het seniorencomplex niet werkt of een burenruzie beslechten. Tot voor kort deden

Laurens 15

Mireille van den Berg, mede-initiatiefnemer van Natuurtalent

‘We bedruipen onszelf’ ‘Eén groot braakliggend terrein. Dat is wat Karen (Welp, medeinitiatiefnemer) en ik zagen toen we drie jaar geleden door het hek van het voormalig schooltuinencomplex in SchiebroekNoord naar binnen gluurden. Het onkruid stond manshoog, maar wij zagen direct kansen. Door de ligging, vlak onder de aanvliegroute van Rotterdam The Hague Airport, had de gemeente geen bestemming voor de locatie. Doodzonde. Het leek ons direct een fantastische plek voor ontmoeting, talentontwikkeling en dagbesteding. Dus zijn we met de gemeente

16 Laurens

Mireille van den Berg

Carolien Vermaas onze mensen dat vaak nog. Ook van familie en ‘de buurt’ vragen we een extra inspanning. De tijd dat kinderen hun oude vader of moeder konden afleveren bij een verzorgingshuis, waar hij of zij ook nog eens gratis kon wonen, is écht voorbij. Wel kunnen we als Laurens in veel gevallen mantelzorgondersteuning bieden. De transitie vraagt ook iets van onze zorgprofessionals en corporatiemedewerkers, namelijk een andere benadering van de klant. Zij moeten vaker durven zeggen “dat moet u zelf regelen”, en hen vervolgens coachen bij die zelfredzaamheid. Voor veel collega’s die al jaren meelopen is dat een grote omschakeling, dat begrijp ik goed, zij zijn vaak aangenomen omdat ze zo zorgzaam zijn. Maar de wereld is veranderd. En daar kunnen we over klagen, maar we kunnen ook kijken wat er nog wel mogelijk is, en dat zo goed mogelijk met elkaar zien te regelen. Ik heb er vertrouwen in dat dit gaat lukken. Er werken momenteel al zo’n zesduizend collega’s en circa drieduizend vrijwilligers voor Laurens. Drieduizend! Het zijn mensen waar we echt niet zonder kunnen. De participatiemaatschappij is al volop in ontwikkeling.’

gaan praten en de boer opgegaan. Met kleine budgetten (waaronder een verknopen & verbinden-budget van Laurens) hebben we het terrein ingericht en de oude schuur opgeknapt tot eenvoudig theehuis met terras. Veel ondernemers, vrijwilligers en gebruikers van de tuin meldden zich vervolgens spontaan bij ons aan. Wij bekeken of hun aanbod aansloot bij onze doelstelling en hoe we elkaar door samenwerking konden versterken. Nu, drie jaar later, is Natuurtalent aan de Veldkersweg een bloeiende, multifunctionele plek in de wijk. Op het terrein volgen leerlingen van VSO-scholen in de buurt praktijklessen. Klanten van Middin (mensen met een beperking) komen een dag in de week langs voor buitenactiviteiten. En ondernemers (waaronder een houtbewerker, stadslandbouwer en cateraar) bieden leerwerkplekken aan jongeren en volwassenen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Kinderen kunnen hier bovendien fantastisch spelen en veel volwassen wijkbewoners zijn er inmiddels ook kind aan huis. Velen dragen hun steentje bij als vrijwilliger. Natuurtalent is bovendien bij uitstek een plek waar ouderen graag komen. Op termijn hopen we ook dat bewoners van de Laurens-locaties in de buurt de tuin ten volle gaan benutten. We zoeken nog naar creatieve oplossingen voor het vervoer en begeleiding. Maar de belbus van Stichting Wijkvervoer Hillegersberg-Schiebroek stopt voor de deur, dus dat moet lukken. Dat de sociale sector zich steeds meer terugtrekt, wil niet zeggen dat er geen behoefte meer is aan plekken als deze. Juist wel! Er moeten alleen andere wegen worden bewandeld om dit aanbod in stand te kunnen houden. Ik verwacht dat er steeds meer sociale ondernemers als wij komen die in dat ‘gat in de stad’ springen. Wij financieren dit initiatief deels met behulp van fondsen. Bovendien werken we met een verdienmodel, we hebben het project als ondernemerscoöperatie opgezet. Zo kunnen we onszelf bedruipen. We genereren extra inkomsten door onder meer het theehuis te verhuren als groene vergaderlocatie, (kinder)feestjes te organiseren en onze gewassen op de maandelijkse Puurtalent markt te verkopen. Met een visie en wat praktische ideeën om het braakliggend

Annemieke van der Kooij

‘Nee, ik ben niet bang dat dit niet gaat lukken’

terrein in te richten zijn wij een eind gekomen. Daarnaast waren Karen en ik al goed bekend met de sector. Ik heb onder meer tien jaar lang als interim-manager bij diverse zorg-, welzijns- en onderwijsinstellingen gewerkt. Karen is politicoloog, ontwikkelde onder meer vastgoedopleidingen en was organisatieadviseur voor woningcorporaties. Het geeft veel voldoening dat we dat we dit initiatief samen met andere ondernemers en vrijwilligers zo goed van de grond hebben weten te krijgen.’ Natuurtalent valt onder beheer van Talentfabriek010

Annemieke van der Kooij, programmamanager Langer Thuis, gemeente Rotterdam

‘Partijen verbinden en verleiden’ ‘In IJsselmonde kunnen ouderen die op zoek zijn naar een geschikte woning sinds kort hulp krijgen van een verhuismarinier. Die helpt hen bij het vinden van en verhuizen naar een geschikte woning. Het is een slimme en snelle oplossing waarmee senioren langer zelfstandig kunnen blijven wonen. De komende drie jaren wil de gemeente Rotterdam met het programma Langer Thuis in versneld tempo werken aan zo veel mogelijk slimme oplossingen zoals deze, in alle gebieden van Rotterdam. Dat doen we samen met zorgaanbieders, welzijnsinstellingen, zorgverzekeraars en woningcorporaties en met sociale ondernemers, vrijwilligers en mantelzorgers. Naast in IJsselmonde, experimenteren we ook in Delfshaven en Pernis al met nieuwe, lichte vormen van ondersteuning. We werken vooral aan voldoende geschikte woningen, vitale netwerken, toegankelijke wijken en heldere informatie. Dat zijn wat ons betreft de belangrijkste voorwaarden voor ouderen en mensen met een beperking om de regie zo lang mogelijk zelf in handen te houden.

De gemeente heeft helaas geen grote zak met geld beschikbaar om al die maatregelen zelf uit te voeren. Maar door het proces als regisseur naar ons toe te trekken, verwachten we binnen drie jaar veel te kunnen bereiken. We maken bindende prestatie-afspraken met wooncorporaties en inkoopafspraken met zorgaanbieders en welzijnsinstellingen. Daarnaast jagen we nieuwe initiatieven aan en brengen we de juiste mensen bij elkaar, zodat ze kennis en goede ervaringen kunnen delen. Daarnaast gaan we partijen meer verleiden om in dat ‘gat in de stad’ te springen. Want een groot deel van de ondersteuning aan senioren en mensen met een beperking zal toch door ‘de maatschappij’ moeten worden opgepakt. Door burgers zelf dus. Nee, ik ben niet bang dat dit niet gaat lukken. Het gebeurt namelijk al. In Rotterdam-West is bijvoorbeeld het buurt­ initiatief Zorgvrijstaat ontstaan. Binnen dit initiatief worden zorgvragen en –antwoorden aan elkaar gekoppeld. Zo kan een oudere die beugels in de douche en toilet nodig heeft, een beroep doen op een handige buurman die met plezier wat beugels komt monteren. Zo lossen buurtbewoners hun lichte zorgvragen onderling op. Natuurlijk is de bevolkingssamenstelling in elk gebied van Rotterdam anders en verschillen de behoeften. Daarom begeleidt de gemeente het proces zoveel mogelijk op gebiedsniveau. In de wijken zijn er vaak al vele waardevolle (informele) netwerken aanwezig. Die betrekken we in dit proces. Zo maken we gebruik van wat er al is. Slimmer worden in het vinden van creatieve oplossingen, zoals de verhuismarinier. Daar moeten we de komende tijd aan werken. En daarnaast weer wat meer leren leunen op elkaar. Ik denk dat we het vooral in die tussenvorm van formele en informele zorg moeten zoeken. Ik zie zoveel goede dingen ontstaan waardoor ouderen langer zelfstandig kunnen wonen. Een pop-up ontmoetingsplek voor ouderen in het winkelcentrum, een maaltijdservice door vrijwilligers en een logeerhuis. Dat is de kant die we op moeten!’ •

Laurens 17

Beter Thuis met Dementie Beter leren omgaan met dementie. Dat is het belangrijkste doel van de zevendaagse vakantietraining die mantelzorgers en hun dementerende partners sinds eind mei 2016 kunnen volgen. De training vindt plaats in het kader van een tweejarig wetenschappelijke onderzoek. Betty Birkenhäger, die op het onderzoekt promoveert: ‘Een vergelijkbare training in Australië leidt tot goede resultaten. Wij gaan na of het programma ook in Nederland werkt. Is dat het geval, dan proberen we er verzekerde zorg van te maken.’

18 Laurens

Betty Birkenhäger is specialist ouderengeneeskunde en projectmanager van het leerhuis Dementie bij Laurens. Tijdens een vakevenement van de Leyden Academy on Vitality and Aging hoorde ze van een Australisch onderzoek waarbij verschillende disciplines mantelzorgers trainen om beter te kunnen zorgen en leven met hun partner met dementie. Birkenhäger: ‘Mantelzorgers hadden dankzij de training minder psychische klachten en hun dementerende partners minder gedragsproblemen. Ze werden later opgenomen in een verpleeghuis en overleden minder snel. Het leek mij daarom interessant te onderzoeken of zo’n trainingsweek in Nederland ook effect heeft. In Nederland is het sinds enkele jaren veel moeilijker om een plek

dat ZonMW binnen het programma Memorabel net een subsidieoproep had uitgeschreven waar dit project precies in paste.’ Trainingsweek Begin januari ging Birkenhäger samen met projectmanager Miranda Kamies officieel van start. Kamies werft onder meer de deelnemers, stelt de workshops samen en verzorgt de PR voor het project. Kamies vertelt hoe de trainingsweek eruit ziet. ‘Tijdens de cursusweek krijgen de mantelzorgers en hun partners elk een eigen programma. De mantelzorgers volgen verschillende workshops waarin trainers van verschillende disciplines in totaal veertien thema’s behandelen. Voorbeelden van thema’s zijn: het tegengaan van sociale isolatie, medische aspecten van dementie, verandering van de rol in de relatie en assertiviteit. Ook gaan we in op verpleegkundige vaardigheden, lichamelijke fitheid, voeding en zorgen voor jezelf. De workshops worden verzorgd door verschillende werknemers van Laurens, zoals een fysiotherapeut en logopedist. Zelf ben ik ook ergotherapeut en verzorg ik de workshops over verlies van vaardigheden, gebruik van hulpmiddelen en planning voor de toekomst. En Betty verzorgt als specialist ouderengeneeskunde workshops over medische aspecten van dementie.’

in een verpleeghuis te krijgen. Ouderen met dementie moeten dus veel langer thuis blijven wonen. Het is daarom belangrijk dat mantelzorgers goede instrumenten in handen krijgen om met de situatie om te gaan.’ ZonMW Birkenhäger zocht contact met de Australische onderzoekers die hun aanpak en onderzoeksgegevens graag wilden delen. Op basis daarvan maakte ze een onderzoeksplan. Birkenhäger: ‘Dankzij een subsidie van ZonMW, steun van het Theiafonds van verzekeraar Zilveren Kruis en financiële ondersteuning van de Wetenschappelijke Onderzoekscommissie van Laurens ging het balletje al vrij snel rollen. Het toeval wilde

Vakantie De partners met dementie worden begeleid door vrijwilligers. Kamies: ‘Ook met de partners met dementie doen we verschillende workshops, zoals ontspanningsoefeningen, beweegactiviteiten en reminiscentie. Maar voor hen moet het ook vooral een vakantieweek zijn. De vrijwilligers stellen deels samen met de partners met dementie het programma en daarnaast kunnen ze bijvoorbeeld oude films kijken, creatief bezig zijn en spelletjes doen. Per week worden er zes stellen uitgenodigd. Kamies: ‘We huren steeds drie huisjes met drie kamers en een gezellige woonkamer. In elk huis verblijven twee stellen. Het vakantiepark Simonshaven is vlakbij Rotterdam, de medewerkers van Laurens blijven daarom niet slapen, maar ‘vliegen’ steeds in en uit.’ Hierdoor kunnen zij ook hun reguliere werkzaamheden blijven uitvoeren.

‘Mantelzorgers hadden dankzij de training minder psychische klachten’

Vragenlijsten ‘Het onderzoek is een randomized controled trial’, legt Birkenhäger uit. ‘Er doen in totaal 144 stellen mee. De helft krijgt de training en krijgt tijdens twee terugkomdagen – na drie en zes maanden – een opfriscursus. Tijdens de trainingsweek, op de terugkomdagen en tijdens een belronde tussendoor leggen we de cursisten verschillende vragenlijsten voor over onder meer zorggebruik. Daarbij stellen we vragen als: Hoe vaak ga je naar de huisarts en komt de thuiszorg langs? Maak je gebruik van dagopvang? De andere helft, de controlegroep die dus geen training krijgt, beantwoordt deze vragen ook. Zo kunnen we onderzoeken wat het verschil is.’ Verzekerde zorg Het onderzoek loopt tot eind 2017. Birkenhäger: ‘Daarna willen we de deelnemers zolang mogelijk blijven volgen, zodat we ook kunnen zien wat de effecten op lange termijn zijn.’ Als de trainingsweek bewezen effectief blijkt, willen Birkenhäger en Kamies er samen met verzekeraar Zilveren Kruis voor zorgen dat de training onder verzekerde zorg gaat vallen. Birkenhäger: ‘Dan kunnen we de training vervolgens landelijk uitrollen.’ • Bezoek voor meer informatie de website beterthuismetdementie.laurens.nl.

Laurens 19

Verwijshulp.nl ging eind 2015 jaar ‘de lucht in’. Via deze nieuwe website kunnen verwijzers in één oogopslag zien welke zorglocaties in Rotterdam en omgeving plek hebben voor hun patiënt. Natasja van der Winden, teamleider van het Transferbureau van het IJsselland Ziekenhuis, is enthousiast. ‘Het is een handig hulpmiddel.’

Tien zorgorganisaties lanceren samen Verwijshulp.nl

In één oogopslag

alle vrije zorgplekken in beeld

‘Na een behandeling of operatie in het ziekenhuis kunnen veel patiënten niet direct naar huis’, zegt Van der Winden. ‘Voor deze mensen gaat onze afdeling op zoek naar een passende plek in een revalidatiecentrum, verzorgingshuis, verpleeghuis of woonzorglocatie. Sinds kort maken we daarvoor ook gebruik van Verwijshulp.nl en dat werkt prettig. Voorheen belden of mailden we de verschillende zorg­organisaties afzonderlijk. Als er geen plek was bij de ene aanbieder gingen we door naar de volgende. Nu raadplegen we eerst de website om te zien waar we het meeste kans maken. Dat bespaart ons veel vergeefse telefoontjes en mailtjes.’ Actueel overzicht Verwijshulp.nl is een initiatief van de ketenpartners in de regio. Zij vroegen zich af of het zoeken naar een zorgplek niet efficiënter kon. Hierop staken de tien betrokken organisaties de koppen bij elkaar en lanceerden ze vorig jaar december de website. Verwijshulp.nl is er voor alle verwijzers in Rotterdam en omgeving. Niet alleen voor transferverpleegkundigen, maar ook voor (huis)artsen, praktijkondersteuners, mede-

20 Laurens

werkers van de spoedeisende hulp, huisartsenpost of andere zorgprofessionals. Via Verwijshulp.nl krijgen zij een actueel overzicht van de capaciteit in de omgeving. De website is opgebouwd met actuele gegevens van tien zorgaanbieders uit de regio, waaronder Laurens (zie ook kader). De aanbieders houden hun capaciteitsgegevens op de website zelf up-to-date. Hoe het werkt Verwijzers kunnen zoeken op financieringsvorm (bijvoorbeeld ZZP zorgzwaartepakket 6) en op specialisme (zoals crisisplaatsen of palliatieve zorg). Ze kunnen ook hun favoriete aanbieders en zorglocaties instellen. Als ze zich aanmelden als gebruiker ontvangen ze op de door hen gewenste dag via de e-mail een actueel overzicht van geselecteerde beschikbare plaatsen. ‘Op basis van de beschikbaarheid bespreken we met onze patiënten dan de mogelijkheden’, zegt de transferverpleegkundige. ‘Als er meerdere plekken beschikbaar zijn, beslist de patiënt uiteraard zelf. Soms hebben patiënten geen keus, en moeten ze het doen met de plek die voorhanden is. Het

‘De website bespaart ons veel vergeefse telefoontjes en mailtjes’

hangt vaak af van de aandoening hoeveel keuze er is. Zo zijn er doorgaans goed en snel meerdere plekken te vinden voor patiënten die moeten revalideren na CVA of vanwege COPD of Parkinson. Maar voor psychogeriatrische patiënten bijvoorbeeld moeten we vaak meer moeite doen en langer wachten.’ Contact houden Van der Winden en haar collega’s van het Transferbureau zijn blij met de nieuwe website. ‘Naast het snelle overzicht, kijken we nu ook wat vaker bij aanbieders waar we voorheen minder of geen patiënten naar doorverwezen’, zegt ze. ‘Voorheen had ik daarvoor toch een blinde vlek. Ook doordat ik die niet meer heb, kan ik sneller patiënten onderbrengen.’

‘Uiteraard bellen we nog steeds wel met collega-instellingen, bijvoorbeeld om specifieke behoeftes van klanten te bespreken. En soms lobby ik nog voor patiënten, dan vraag ik bij een bekende collega na of er de komende dagen wellicht nog plekken vrijkomen. Dat hoort nu eenmaal bij ons vak. Het onderhouden van goede onderlinge relaties blijft belangrijk. Maar Verwijshulp.nl is hoe dan ook een handig hulpmiddel. Een mooi startpunt waarmee we patiënten eenvoudiger kunnen doorverwijzen.’ Olievlek Nooit eerder hebben zorgaanbieders op deze schaal met elkaar samengewerkt. Voorlopig doen er tien zorgorganisaties mee. ‘Maar op termijn kunnen we Verwijshulp.nl wellicht uitbreiden met nog meer aanbieders. Wij hebben al

telefoontjes gekregen van collega’s van andere voorzieningen die vragen of ze erbij mogen. Wie weet breidt dit zich als een olievlek uit. Daar zijn wij natuurlijk groot voorstander van.’ • De volgende organisaties bieden zorgplekken aan via de website Verwijshulp. nl: Aafje, Careyn, Humanitas , Laurens, Lelie zorggroep, Reuma & Revalidatie Rotterdam, De Vijverhof, WelThuis, De Zellingen en Zorgbreed. Bezoek voor meer informatie de website verwijshulp.nl.

Laurens 21

‘Het belangrijkste vraagstuk (dilemma) in de zorg draait om efficiency versus zorg voor de patiënt. Om dit dilemma op te kunnen lossen, moeten we echter beginnen bij het oplossen van een ander dilemma: de belangen van het medisch personeel versus de belangen

‘Bij dilemmadenken zeg je: hoe kan het een het ander op een hoger niveau brengen?’

van het niet-medisch personeel’, zegt Fons Trompenaars, econoom en gerenommeerd management-consultant. Hij legt uit hoe de dilemmatheorie, die hij met Charles Hampden-Turner ontwikkelde, helpt om dit en andere dilemma’s te ‘verzoenen’.

Verzoening zorgdilemma’s:

‘Er is geen goed of fout’ ‘Vraagstukken in de zorg worden vaak gezien als een keuze tussen ‘goed’ en ‘fout’. In plaats van bipolair te denken, waarbij uitersten tegenover elkaar staan, raden wij aan vraagstukken te zien als dilemma’s die je kunt verzoenen’, legt Fons Trompenaars uit. ‘Neem centraliseren versus decentraliseren. Centraliseren levert de voordelen van schaalvergroting op. Decentralisatie leidt tot meer flexibiliteit. Zie je dit vraagstuk als een keuze tussen goed en fout, dan verlies je mogelijk voordelen van de ‘foute’ optie’. Bij dilemma-denken zeg je: hoe kan het een het ander op een hoger niveau brengen? Dus in het geval van centraal versus decentraal: wat kan ik centraal doen om meer decentralisatie mogelijk te maken. Zo ga je weg van het bipolair denken.’ Verzoening ‘Reconciliation (verzoening) is de synthese van de positieve kanten van de these en antithese. Neem het

22 Laurens

dilemma individualiteit versus collectiviteit. Als individualiteit ten koste van de maatschappij gaat, is het egoïsme. Maar als je collectiviteit boven creativiteit stelt, krijg je communisme. Combineer je individualiteit en collectiviteit, dan heb je het beste uit twee werelden. De beste teams bestaan uit creatieve individuen die samen een band hebben.’ Fons Trompenaars is veelgevraagd management-consultant en directeur en medeoprichter van THT (Trompenaars Hampden-Turner), dat sinds een jaar onderdeel is van KPMG. Trompenaars doet, samen met Charles Hampden-Turner, al dertig jaar onderzoek naar culturele diversiteit binnen bedrijven. Daarnaast begeleidt hij onder meer ziekenhuizen bij waardetrajecten. Hij helpt ziekenhuizen de omslag te maken naar een waardegedreven organisatie – onder meer door samen de kernwaarden te bepalen waarop in de dagelijkse besluitvorming en bedrijfsvoeringen gestuurd kan worden.

Priorisering ‘De zorg kent vele dilemma’s’, zegt Trompenaars. ‘Bijvoorbeeld: het doorlopen van veiligheidsprocedures voor nieuwe behandelingen versus patiënten zo snel mogelijk laten profiteren van innovaties; verantwoording afleggen versus verantwoording nemen; goed scoren op harde indicatoren versus slecht meetbare maar goede patiëntenzorg leveren. Om die vraagstukken op te kunnen lossen is het belangrijk om eerst alle dilemma’s in kaart de brengen en vervolgens de volgorde van aanpak te bepalen. Het meta-dilemma is zorg voor de patiënt versus kostenefficiency. Geef je de patiënt alle mogelijke zorg, dan wordt het onbetaalbaar. Geef je niets uit, dan krijgen patiënten geen goede zorg. Zie je dit als dilemma, dan stel je de vraag: Hoe kun je dankzij efficiency de patiënt beter bedienen? Sensortechnologie kan daar bijvoorbeeld een grote rol inspelen. Dit meta-dilemma kun je echter pas écht aanpakken als je eerst een ander dilemma oplost. Eerst

Overkill aan regels

moet je medisch personeel onderling en niet-medisch personeel efficiënt laten samenwerken. Een uitzending van Radar over marktwerking in de zorg liet onlangs zien dat artsen vaak niet weten hoeveel een operatie kost. Bovendien zijn er perverse prikkels: artsen worden niet betaald voor een gesprek met de patiënt, maar krijgen wel betaald voor onderzoeken waardoor er soms onnodige onderzoeken plaatsvinden. Dat is een van de grote problemen die ontstaan als de medische staf en de bedrijfswetenschappers niet met elkaar praten.’ Medisch versus niet-medisch Tijdens waardetrajecten die Trompenaars verzorgt is de integratie van medisch en niet-medisch (bedrijfsvoering) of paramedisch personeel een vast terugkerend thema. Dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen. Toen hij enkele jaren geleden een traject deed voor een groot ziekenhuis werd bijvoorbeeld letterlijk gezegd “je komt

niet aan de artsen” toen hij aangaf met hen in gesprek te willen. Trompenaars: ‘Dat heb ik natuurlijk wel gedaan, anders kom je ook niet tot de kern. Er is veel gebrek aan samenwerking en onbegrip tussen verpleegkundigen en artsen. Een oorzaak daarvan is dat het bestuur medisch en para-medisch of niet-medisch vaak uit elkaar houdt. Zij praten niet met elkaar. En daardoor weet een bedrijfswetenschapper wel wat een operatie kost, maar een arts niet.’ Hij noemt een ander voorbeeld van een kloof. ‘THT deed onlangs een waardetraject in een academisch ziekenhuis. Toen we de directie vroegen het ziekenhuis een waarde te geven zei de directie direct “er is er maar één: de specialistische zorg voor de patiënt”. Toen we hierover later de verpleegkundigen spraken vonden zij dat best arrogant en frustrerend, zij deden immers al het werk eromheen. Zo ontstaat onnodig bipolariteit. Ze doen het beiden goed, het zou er om moeten gaan hoe ze elkaar kunnen helpen.’ •

Een van de dilemma’s van Laurens is dat als een gevolg van verschillende hervormingen en bezuinigingen de regelgeving enerzijds afneemt en anderzijds toeneemt. Dat leidt tot een paradox. Laurens is onderhevig aan wet- en regelgeving en ketenafspraken, werkt er aan mee, maar loopt er soms ook tegenaan. We vroegen Trompenaars hoe een organisatie als Laurens daarmee om kan gaan. Trompenaars: ‘We hebben momenteel in de zorg te maken met een overkill aan regels. Deze compliance (naleving van wet- en regelgeving) is een reactie op een gebrek aan regels.’ Hij legt uit dat deze fase waarin zorginstellingen zoals Laurens zitten een overgangsfase is. ‘Larry Greiner stelt dat een organisatie zich ontwikkelt in vijf fasen, waarbij tussen iedere fase een crisis moet worden overwonnen: een leiderschapscrisis, een zelfstandigheidscrisis, een controlecrisis, een rompslompcrisis en een alliantiecrisis. Op weg naar volwassenheid streeft een organisatie er naar om de gezonde aspecten van elke groeifase te behouden en de ongezonde aspecten achter te laten.’

Laurens 23

Alice Offringa, fondsenwerver Laurens

In deze rubriek nemen we een kijkje in de keuken van een andere branche. Wat zijn de overeenkomsten, wat de verschillen?

‘Investeren in friends loont’ Allice Offringa, fondsenwerver bij Laurens, ontmoet collega fondsenwerver Geert Sanders op zijn werkplek bij Nyenrode Business Universiteit in Breukelen waar hij adviseur is. Sanders heeft veel ervaring op het gebied fondsenwerving die hij graag deelt met Offringa. Dat levert veel bruikbare tips op. Als het om fondsenwerving gaat spreekt Geert Sanders liever van ‘friends-werving’, zegt hij. ‘Je moet anderen willen laten schitteren. Mensen worden er gelukkig van aan anderen te geven, je moet ze de kans geven dat verschil te maken.’ Dat doet hij al jaren met verve. Sanders stuurde als directeur fondsenwerving bij de Rijksuniversiteit Groningen jarenlang een team van negen medewerkers aan en schreef drie boeken over het onderwerp. Tegenwoordig is hij adviseur fondsenwerving bij Nyenrode Business

24 Laurens

Universiteit en een enthousiast en veel gevraagd spreker over het onderwerp. Zo ontmoette hij een aantal jaren geleden Alice Offringa, fondsenwerver bij Laurens. Zij sprak hem aan na zijn lezing, hij nodigde haar uit voor een symposium van het kinderfonds Ronald McDonald en sindsdien spreken ze elkaar een paar keer per jaar. Sponsorwereld ‘Een groot voordeel voor Alice is dat zij tot voor kort aan de gevende kant zat. Dat geeft haar veel inzicht in hoe

haar ‘vrienden’ denken’, zegt Sanders. Offringa legt uit: ‘Ik kom uit de sponsorwereld. Ik was acht jaar manager communicatie/PR bij Farm Frites, hoofdsponsor van de wielerploeg van Leontien van Moorsel. Die ploeg deed het heel goed en leverde mijn werkgever veel goede reclame op.’ In 2010 maakte Offringa de overstap naar Laurens. ‘Bij Laurens ben ik begonnen als fondsenwerver voor Laurens Cadenza, een palliatieve zorglocatie. Daarnaast werd ik manager van de vriendenstichting DIGNUS die inmiddels vriend is van alle locaties van Laurens.’ De extraatjes DIGNUS zorgt voor de broodnodige extra’s voor bewoners. Zoals een tovertafel voor diverse Laurens-locaties; een tafel die bewoners activeert dankzij een interactief tafelblad dat reageert op beweging. Twee andere locaties kregen dankzij DIGNUS een Paro zeehond, een sociale robot in de vorm van een zeehond. Offringa legt uit waarom dit soort middelen nodig zijn: ‘Iedereen kent het gevoel van bij de supermarkt in de verkeerde rij staan.

‘Je moet veel geduld hebben en klein beginnen’

Zo is het ook voor veel bewoners van Laurens. De overheid betaalt alleen het noodzakelijke en zelf hebben veel bewoners geen geld voor iets extra’s. En dat neemt door de bezuinigingen in de zorg alleen maar toe.’ In dat kader introduceerde Alice ook een wensput voor alle locaties waar bewoners kleine wensen in kunnen gooien die Offringa met behulp van het midden- en kleinbedrijf in Rotterdam mogelijk probeert te maken. ‘Een keer uit eten bijvoorbeeld, of naar een concert van Lionel Richie.’

Geert Sanders, adviseur fondsenwerving Nyenrode Business Universiteit

Scholarships Sanders is betrokken bij fondsenwerving onder alumni en het bedrijfsleven voor scholarships om de internationale top naar Nyenrode te halen. Dat gaat, in tegenstelling tot de bedragen waar Offringa mee te maken heeft, soms om grote donaties van wel € 10.000 to € 1 miljoen per keer. Hij denkt dat dergelijke donaties ook voor Laurens mogelijk zijn. ‘Investeren in friends loont. Als je veel zorg besteedt aan de kleine dingen, hebben ze vaak grote

dingen tot gevolg’, zegt hij. ‘De grote donaties van particulieren zijn vaak de dertiende of veertiende overmaking. Dan heb je al dertien jaar in de vriendschap geïnvesteerd.’ Hefboom Sanders raadt Offringa aan de directie meer bij het fondsenwerven te betrekken. ‘Wat ik proef bij Laurens is een welwillende houding bij de Raad van Bestuur, maar er is nog geen inbedding in de strategie. Fondsenwerving een plek geven in de strategie werkt als een hefboom en dát is uiteindelijk honderd keer beter voor de klant.’ Dat kost wel tijd, weet hij uit ervaring. ‘In de beginperiode in Groningen was er veel angst om data te delen vanuit de organisatie. Je moet dus veel geduld hebben en klein beginnen. Stel samen met de top een lijst op van vijf tot tien mensen waarvan jullie denken dat zij graag wat willen geven als je ze structureel aandacht geeft. Nodig deze mensen één voor één uit voor een kennismakingslunch met de voorzitter met als insteek elkaar beter te leren kennen. Jij kan dan bijvoorbeeld ook uitleggen waar je als fonsenwerver mee bezig bent. Houdt vervolgens contact, dan zou je tijdens een derde ontmoeting kunnen vragen om een bijdrage voor een project waar die vriend echt iets mee heeft.’ It can be done Offringa ziet het wel zitten de directie daar warm voor te maken. ‘We moeten er samen voor zorgen dat de zorg niet armoedig wordt en de top van Laurens heeft een enorm netwerk.’ Sanders zegt Offringa toe haar nog in contact te brengen met een vriend uit zijn netwerk die een goede workshop voor de top van Laurens zou kunnen verzorgen. ‘Kijk dat is nou Geert: een man met een mega-netwerk die graag zijn ervaringen en vrienden deelt om anderen te laten schitteren,’ zegt Offringa. Sanders heeft er op zijn beurt bewondering voor wat Offringa als éénpitter weet te bereiken. ‘Jij weet van een nood een deugd te maken, zegt “It can be done” en voert de regie, ondanks het nog kleine bereik.’ •

Laurens 25

Laurens Entree, gevestigd in Laurens Delfshaven, is het centrale aanmeldpunt van Laurens. Sylvana Lamse, senior medewerker bij Laurens Entree legt uit wat de voordelen voor de klant, stakeholders en medewerkers zijn van één centrale entree.

Sylvana Lamse, senior medewerker bij Laurens Entree

‘Ons doel is dat de klant zich meteen welkom en op zijn gemak voelt bij Laurens’ ‘Continuïteit van de zorg is de eerste prioriteit van Laurens Entree. De klant moet zo min mogelijk last ondervinden van de ziekenhuisverplaatste zorg. Bij Laurens Entree werken 32 medewerkers, waarvan de meesten een verpleegkundige achtergrond hebben. Vanuit onze praktijkervaring in de zorg kunnen we goed inschatten welke informatie onze collega’s in de thuiszorg en in de locaties nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Samen met de verwijzers, voornamelijk huisartsen en ziekenhuizen, triëren we de patiënten en hun zorgvraag. Zo kunnen we passende zorg inzetten met de daarbij behorende indicatie en financiering. Bij Laurens Entree vragen

26 Laurens

we net zolang door tot we alle informatie hebben om de klant passende zorg te bieden. Neem bijvoorbeeld de opname van een obesitaspatiënt in een van onze locaties. Dan moeten we de precieze maten weten van die persoon, zodat we een rolstoel en bed op maat hebben klaarstaan. Ontbreken deze gegevens in de overdracht, dan stap ik zo nodig zelf met mijn meetlint naar het ziekenhuis. Want het is heel vervelend voor de patiënt én voor onze medewerkers op de locatie, als bij aankomst blijkt dat er geen passende rolstoel is. Ons doel is immers dat de klant zich meteen welkom en op zijn gemak voelt bij Laurens. Een goede, soepele samenwerking met verwijzers

is voor ons dus van wezenlijk belang. Laurens Entree staat open voor de ziekenhuizen en nieuwe transferverpleegkundigen zijn altijd welkom om een kijkje bij ons te komen nemen. Een persoonlijke kennismaking met onze afdeling draagt altijd bij aan de afstemming en samenwerking. ‘Nee’ zeggen tegen een zorgvraag, doen we in principe niet bij Laurens Entree. Ook bij zeer complexe casuïstiek denken we mee over een goede oplossing. Dat kan bijscholing van onze eigen medewerkers zijn of het invliegen van specialistische kennis waar dat nodig is. •

Symposium: Samen kennis delen over thuiszorg Wat zijn de laatste ontwikkelingen op het gebied van wijkverpleging, indicatiestelling, dagbesteding en behandeling? Hoe werkt triage in de geriatrische revalidatiezorg en het eerstelijns verblijf? Op donderdag 29 september organiseert Laurens het mini-symposium Samen kennis delen over thuiszorg voor alle transferverpleegkundigen van ziekenhuizen in Rotterdam en omstreken, inclusief een meet & greet met onze gespecialiseerde verpleegkundigen. Laurens vindt het belangrijk om haar kennis op verschillende gebieden te delen met haar stakeholders. Een van de momenten waarop dit gebeurt is het jaarlijks symposium voor transferverpleegkundigen. Irma Jeremiasse, ketencoordinator bij Laurens: ‘We kijken elk jaar uit naar dit event waar we onze ‘collega’s’ van ziekenhuizen weer zien. Dit jaar staan we stil bij alle ontwikkelingen en veranderingen rondom thuiszorg. We delen tijdens dit symposium bijvoorbeeld onze kennis over de rol van de wijkverpleegkundige en de nieuwe indicatiestelling thuis. Bovendien krijgen de bezoekers de gelegenheid kennis te maken met onze gespecialiseerde verpleegkundigen. Het symposium is kortom het moment om de nieuwste weetjes en ontwikkelingen te delen. Een aanrader!’ Samenwerken Wijnie Nijssen, relatiebeheerder, Erasmus MC, is ook weer van de partij. ‘Als ziekenhuis wil je zo snel mogelijk de juiste zorg voor de patiënt in de keten continueren. Het bemiddelen van deze patiënt voor verdere zorg is niet één-tweedrie gedaan. Je moet weten wat een zorgorganisatie te bieden heeft en hoe we het beste met elkaar kunnen samenwerken. Ik ga daarom graag naar zulke bijeenkomsten!’

Aanmelden Meld u aan door een e-mail te sturen naar ketencoö[email protected] Vermeld hierbij uw voor- en achternaam, bedrijfsnaam, e-mailadres en telefoonnummer. Een paar weken voorafgaand aan het mini-symposium ontvangt u een bevestiging en het definitieve programma. Meer weten? Neem contact op met ketencoördinator Irma Jeremiasse of Johan Dubbeldam via 06 22 84 95 71.

Op de korrel . . .

Geregeld! Alles is geregeld! Ach, wat klinkt dat toch heerlijk. Hoef je zelf niets meer te doen. Nou, om u de waarheid te vertellen: dan vind ik er dus geen sikkepit meer aan. Regels zijn er om te overtreden! Doe ik vaak, zeg maar geregeld. Kijk, dat iedereen in het verkeer zoveel mogelijk rechts houdt, vind ik wel een handig uitgangspunt. En dat de meeste mensen voor het rode licht stoppen, geeft mij een veilig gevoel. Maar ik koester de uitzonderingen. Die maken het leven een stuk aangenamer. Had ik het laatst nog over met de wijkverpleegkundige van Laurens. Als ik naar de bakker fiets bijvoorbeeld, steek ik midden op de weg over. Dwars over de doorgetrokken streep. De bakkerij ligt namelijk voor mij aan de linkerkant van de weg. Eigenlijk zou ik door moeten rijden en bij de verkeerslichten moeten oversteken. Kost me zeker twee minuten extra. Da’s dik tien uur op jaarbasis, heb ik uitgerekend. Bovendien zou ik dan veel andere verkeersdeelnemers ophouden, die dan ook allemaal later op hun bestemming zouden aankomen. ‘Beetje een Laurens-houding heeft u’, zegt ze. ‘Hoezo dan?’, vraag ik. ‘Nou, mijn werkgever moet zich ook door een woud aan regelgeving heen manoeuvreren. En dan hebben ze nog te maken met allerlei afspraken met partners in de zorgketen. Laurens vindt die kaders belangrijk, maar vindt dat de praktijk het uitgangspunt moet blijven.’ Kijk, daar word ik blij van. Als je als verpleegkundige een derde van je tijd bezig bent om aan de administratieve voorschriften te voldoen, kun je dat deel van je tijd niet aan de patiënt besteden. Ik lijk Johan Cruijff wel, maar zo simpel is het. Soms is het gewoon beter om tussen de regels door te lezen en een handiger werkwijze te kiezen. Heb ik nog regels over om verder uit te weiden? Nee? Dat dacht ik al, moet zeker binnen dit kadertje passen? Nou ja, is dat ook weer geregeld. •

Laurens 27

Laurens & Inge Schonagen In de regio Rotterdam werkt Laurens binnen brancheorganisatie ConForte nauw samen met verschillende zorgondernemers op het terrein van verpleging, thuiszorg en GGZ in de regio Rotterdam. ‘We werken vanuit een open-space-methodiek en pakken thema’s die voor ons allemaal belangrijk zijn gezamenlijk op’, zegt Inge Schonagen, directeur ConForte.

‘De kracht van ConForte is dat we niet concurreren maar samenwerken’

ConForte is zo’n tien jaar geleden opgericht door de deelnemende organisaties zelf. De brancheorganisatie houdt zich bezig met belangenbehartiging en projecten en is een platform voor haar leden en stakeholders. ‘Drie jaar geleden heeft mijn voorganger een flinke draai aan de organisatie gegeven door de open-space-methodiek in te voeren. Dat houdt in dat de bestuurders onderwerpen inbrengen waarvan zij denken dat het handig is om die gezamenlijk op te pakken.’ Schonagen is zelf sinds drie jaar directeur en heeft het projectmatig en resultaatsgericht werken ingevoerd. ‘De kracht van ConForte is dat we niet concurreren maar samenwerken. De medewerkers van de verschillende instellingen brengen de projecten samen tot stand en voeren ze samen uit. Daar is bijvoorbeeld de radioserie Wegwijs in de zorg van VitamineR uit voortgekomen. In deze serie behandelen we onderwerpen die echt zijn afgestemd op de informatiebehoefte van ouderen. We nemen de serie op locatie op. Bij Laurens vond bijvoorbeeld een uitzending plaats over domotica en bij Lelie zorggroep over de tovertafel (waarvan Laurens er inmiddels ook acht van heeft, zie pagina 24). Samen Een ander voorbeeld is de pilot op het gebied van Langer thuis wonen in Ommoord en Lombardijen die vanuit de gemeente is gestart. Binnen het project bespreken case­ managers van verschillende organisaties casussen met elkaar

28 Laurens

om er samen voor te zorgen dat ouderen langer zo prettig en zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Wij zoeken bij projecten steeds de samenwerking met andere partijen op, in dit geval met de Hogeschool Rotterdam. Een van de resultaten hiervan is dat de gemeente en de zorgverzekeraar om de tafel zijn gegaan om af te stemmen wie de domotica zou betalen voor een klant die dit zelf niet kon financieren. Daardoor is nu duidelijk dat dergelijke aanvragen voortaan via de Wmo worden betaald.’ Verbinder De leden van ConForte zijn naast Laurens: Aafje, Bavo Europoort, Argos Zorggroep, Centrum RRR, Humanitas, Middin zorgorganisatie, Sonneburgh en Lelie zorggroep. Zij komen minimaal zes keer per jaar bijeen. ‘Daardoor is het ook makkelijker elkaar te vinden op andere momenten. ‘Daardoor is het ook makkelijker elkaar te vinden op andere momenten. ‘Alle leden nemen hun verantwoordelijkheid binnen ConForte, benadrukt Schonagen. ‘Maar’ zegt ze, Ids Thepass, de voorzitter van de Raad van Bestuur van Laurens, is wel een echte verbinder binnen ConForte. ‘Hij ziet in hoe het delen van kennis en ervaringen zijn organisatie­ belang dient en maakt ook anderen hier enthousiast voor.’ • VitamineR is elke dinsdag om 19.00 uur te beluisteren bij Radio Rijnmond.

View more...

Comments

Copyright 2017 ECITYDOC Inc.